ECLI:NL:GHSHE:2015:2504
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Verwijzing na Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake causaal verband en zorgplicht bij blootstelling aan gevaarlijke stoffen
In deze civiele zaak staat centraal of de blootstelling van de overleden vader van appellante aan gevaarlijke stoffen tijdens zijn werkzaamheden bij geïntimeerde heeft geleid tot blaaskanker en of geïntimeerde haar zorgplicht heeft geschonden. Het hof volgt de driedeling van de Hoge Raad in de bewijslevering van het causaal verband: eerst moet de werknemer blootstelling en mogelijke gezondheidsschade aantonen, vervolgens moet de werkgever aantonen dat hij aan zijn zorgplicht heeft voldaan, en ten slotte kan de werkgever betogen dat er geen causaal verband is.
Het hof bevestigt dat de urotheelkanker de primaire kanker is en dat eerdere blootstelling aan stoffen die longkanker veroorzaken buiten beschouwing blijft. Het gerechtshof te Arnhem had eerder bewezen geacht dat de overleden werknemer was blootgesteld aan stoffen die blaaskanker kunnen veroorzaken, mede op basis van deskundigenrapporten en getuigenverklaringen. Het hof benadrukt dat het vermoeden van causaal verband geldt tenzij het verband te onzeker is.
Er is discussie over de grootte van het risico dat de blootstelling heeft veroorzaakt, waarbij deskundigen uiteenlopende percentages geven. Het hof acht nader deskundigenonderzoek noodzakelijk om deze kans te bepalen. Daarnaast is onduidelijk of geïntimeerde haar zorgplicht heeft geschonden; het hof wil ook hierover deskundigenonderzoek laten verrichten, mede om te beoordelen of de werkgever destijds de juiste maatregelen en instructies heeft gegeven.
Partijen krijgen de gelegenheid om deskundigen voor te dragen en vragen te formuleren. Het hof bepaalt dat beide partijen voorlopig het voorschot op de kosten van hun deskundigen moeten betalen. De zaak wordt aangehouden tot na de aktewisseling over de deskundigen.
Uitkomst: Het hof houdt de zaak aan voor nader deskundigenonderzoek naar het causaal verband en de zorgplicht.