ECLI:NL:HR:2013:BZ1721
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Werkgeversaansprakelijkheid voor blootstelling aan gevaarlijke stoffen en causale verband bij urotheelkanker
De zaak betreft de aansprakelijkheid van een werkgever voor de gezondheidsschade van een werknemer die als schilder is blootgesteld aan gevaarlijke stoffen, vermoedelijk veroorzakend urotheelkanker. De werknemer, die sinds 1976 bij de werkgever in dienst was, overleed aan de ziekte, waarna zijn erfgenamen schadevergoeding vorderden.
De kantonrechter wees de vorderingen af wegens onvoldoende bewijs van een causaal verband tussen de ziekte en de blootstelling tijdens het dienstverband. Het hof Arnhem stelde echter dat de werkgever aansprakelijk is omdat de werknemer aannemelijk had gemaakt dat hij was blootgesteld aan stoffen die urotheelkanker kunnen veroorzaken en dat deze blootstelling de ziekte kan hebben veroorzaakt. Het hof vond dat de werkgever niet had voldaan aan haar zorgplicht en dat het causaal verband vaststond, tenzij de werkgever tegenbewijs leverde.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof onjuiste rechtsopvattingen heeft gehanteerd, met name dat er geen ondergrens is voor de kans dat de ziekte door de blootstelling is veroorzaakt. De Hoge Raad stelt dat het vermoeden van causaal verband niet geldt indien het verband te onzeker is. Ook is het oordeel van het hof over de zorgplicht van de werkgever onvoldoende gemotiveerd. Daarnaast miskende het hof de toepasselijkheid van proportionele aansprakelijkheid. Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest en verwijst de zaak naar het hof 's-Hertogenbosch voor verdere behandeling.
Uitkomst: Het arrest van het hof Arnhem wordt vernietigd en de zaak verwezen naar het hof 's-Hertogenbosch voor verdere behandeling.