Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.[appellante 1] v.o.f.,gevestigd te [woonplaats],
[appellant 2], vennoot van de vennootschap onder firma [appellante 1] v.o.f.,wonende te [woonplaats],
[appellante 3], vennoot van de vennootschap onder firma [appellante 1] v.o.f..wonende te [woonplaats],
1.Het geding in eerste aanleg (zaaknummer: C/02/287006/ KG ZA 14-593)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep met grieven en producties;
- de akte van [appellanten] tot het in het geding brengen van producties;
- de memorie van antwoord met producties;
- de brief van 7 april 2015 van [appellanten] met als bijlagen een akte houdende overlegging productie 5, met productie 5;
- de brief van 13 april 2015 van [appellanten] met als bijlagen een akte houdende overlegging productie 6, met productie 6;
- een door [appellanten] op 16 april 2015 toegezonden akte houdende overlegging aanvulling productie 6, met aanvullende productie 6;
- de brief van 25 april 2015 van [appellanten] met als bijlagen een akte houdende opwerping incident en inbreng productie 27, met productie 27 en een aangevulde productielijst. Tevens is in deze brief opgemerkt dat de hiervoor genoemde producties 5 en 6 als genummerd als 25 en 26 dienen te worden beschouwd;
- de brief van 28 april 2015 van [appellanten] met als bijlagen een productie 28 en een aangevulde productielijst;
- de brief van 14 april 2015 van [geïntimeerde] met als bijlagen een akte houdende overlegging productie 25, met productie 25;
- de brief van 16 april 2015 van [geïntimeerde] met als bijlagen een akte houdende overlegging productie 26, met productie 26;
- de brief van 23 april 2015 van [geïntimeerde] met als bijlagen een brief van 20 april 2015 houdende een verklaring van [appellanten] ex artikel 1019i lid 1Rv en de reactie daarop van [geïntimeerde];
- de brief van 28 april 2015 van [geïntimeerde] waarbij [geïntimeerde] bezwaar maakt tegen behandeling van het door [appellanten] opgeworpen incident, met voorwaardelijke antwoordakte in incident en een geactualiseerd kostenoverzicht (productie 24);
- het pleidooi op 30 april 2015, waarbij partijen pleitnotities hebben overgelegd en waarbij de hiervoor genoemde, bij brieven van 7 tot en met 28 april 2015 toegezonden stukken aan de gedingstukken zijn toegevoegd.
3.De beoordeling
technischeoplossing in een, kort gezegd, puur technische vorm. Evenmin is daarvan sprake als de ontwerpmarges of keuzemogelijkheden die overblijven onvoldoende ruimte laten voor creatieve keuzes van de maker of als de maker die keuzemogelijkheden onvoldoende benut heeft om aan de schommelattractie een persoonlijk stempel c.q. een persoonlijke noot te geven.
welvoldoende ontwerpmarge of keuzemogelijkheden zouden openlaten voor een creatieve invulling door de ontwerper, vooralsnog niet aannemelijk is geworden dat die marges benut zijn. Er zijn geen elementen zichtbaar die van zodanige creativiteit getuigen dat zij aan de ‘Freak Out’ een persoonlijk stempel c.q. een persoonlijke noot geven.
de kosten van dit hoger beroep en het geschil in eerste aanleg, inclusief kosten van daadwerkelijke rechtsbijstand in de zin van artikel 1019h Rv”. Tegen de kostenveroordeling van [appellanten] door de voorzieningenrechter heeft [geïntimeerde] echter geen incidentele grief gericht. Het hof zal dan ook enkel de in dit hoger beroep aan de zijde van [geïntimeerde] gevallen kosten begroten.