Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaaknr. 3459554\CV EXPL 14-10316)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep met drie grieven, vermeerdering van eis en producties;
- de memorie van antwoord, tevens memorie van grieven in incidenteel hoger beroep met twee grieven met producties;
- de memorie van antwoord in incidenteel appel;
- het pleidooi, waarbij partijen pleitnotities hebben overgelegd;
- de bij brief van 24 april 2015 door mr. G. Falkenberg toegezonden producties (genummerd 41 tot en met 44), die mr. Falkenberg bij het pleidooi bij akte in het geding heeft gebracht.
3.De beoordeling
- Bruto salaris
- 8% vakantietoeslag over het bruto salaris
- 8,85% verlofcompensatie
- Totale premies (werkgevers- en werknemersdeel) werknemersverzekeringen
- Premie sectorfonds en premie Zorgverzekeringswet
- Premie ziekteverzuimverzekering/arbodienst
Wil je even vragen of je ervoor kunt zorgen, dat de praktijksleutel en het schort op korte termijn terugbezorgd kunnen worden.
“Ik begrijp je mailtje niet hoezo inleveren want ik ben toch ziek, ik hoop toch dat jij me ziek hebt gemeld?!
(…)”
Indien je de administratie, naar tevredenheid, compleet komt maken, zal ook het restant loon naar rato bijbetaald worden.
Op basis van dit gesprek adviseer ik u en uw medewerker:
Naar het voorlopig oordeel van het hof moest [appellante] ook begrijpen dat artikel 4.1 van de arbeidsovereenkomst in deze zin moet worden uitgelegd. De tekst van artikel 4.1 is immers opgesteld naar het voorbeeld van de CAO voor de Vrijgevestigde Fysiotherapeuten en [appellante] heeft bij pleidooi in hoger beroep verklaard dat zij enige tijd in ZZP-verband met een VAR-verklaring als fysiotherapeut heeft gewerkt. In het licht daarvan had [appellante], indachtig de in rechtsoverweging 3.6.5 geformuleerde maatstaf, moeten begrijpen dat partijen afspraken dat in het uurbedrag van € 30,16 naast het bruto salaris van [appellante] ook nog diverse afdrachten en premies zaten. Daarmee kan, anders dan [appellante] stelt, niet worden geconcludeerd dat [geïntimeerde] als werkgever door haar verschuldigde premies en kosten op [appellante] als werknemer verhaalde. Van nietigheid of vernietigbaarheid wegens strijd met een wettelijke bepaling is dan ook geen sprake. Het hof voegt hier nog aan toe dat weliswaar in de salarisstroken die [appellante] over de periode van 12 tot en met 31 mei 2014 en juni en juli 2014 van [geïntimeerde] ontving (inl.dagv. prod. 13 en 14) een basisuurloon van
Verzekerde wordt aansprakelijk gesteld voor kosten die zijn (ex-)medewerker heeft moeten maken voor een door verzekerde aanhangig gemaakte procedure. Dit is een zuivere vermogensschade, want er is geen sprake van zaak- en/of letselschade (zie artikel 1.2 Rubriek Algemeen van bijgevoegde voorwaarden). Deze polis, een bedrijfsaansprakelijkheidsverzekering, dekt geen vermogensschade.
(…)”