ECLI:NL:GHSHE:2015:5216
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- P.J.M. Bongaarts
- L.Th.L.G. Pellis
- F.J.M. Walstock
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging weigering toelating schuldsaneringsregeling wegens gebrek aan goede trouw
In deze civiele zaak heeft het gerechtshof 's-Hertogenbosch het vonnis van de rechtbank Limburg bekrachtigd waarin de toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling werd geweigerd. Appellante had een verzoek ingediend tot toelating, maar de rechtbank oordeelde dat zij niet te goeder trouw was geweest bij het ontstaan van haar schulden in de vijf jaar voorafgaand aan het verzoek.
De schulden betroffen onder meer een aanzienlijke schuld aan het CZ Zorgkantoor vanwege het niet kunnen verantwoorden van ontvangen PGB-gelden en een schuld aan de Belastingdienst wegens terugvordering van onterecht ontvangen huurtoeslag. De rechtbank vond dat appellant onvoldoende inspanningen had verricht om haar financiële situatie te verbeteren, mede omdat zij zich niet had ingespannen om werk te vinden.
In hoger beroep voerde appellant aan dat zij een deel van de PGB-gelden wel kon verantwoorden en dat zij niet wist dat zij de huurtoeslag onterecht ontving. Ook stelde zij dat haar gezondheid haar arbeidsmogelijkheden beperkte. Het hof oordeelde echter dat het niet verantwoorden van een groot deel van de PGB-gelden aan appellant valt toe te rekenen en dat zij geen bezwaar had aangetekend tegen de intrekkingsbeschikking. Daarnaast was het niet aannemelijk dat zij te goeder trouw was met betrekking tot de belastingschuld en onvoldoende aannemelijk dat zij arbeidsongeschikt was.
Het hof concludeerde dat appellant niet te goeder trouw was bij het ontstaan en onbetaald laten van haar schulden en dat het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling daarom moest worden afgewezen. Het vonnis van de rechtbank werd bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de weigering tot toelating tot de schuldsaneringsregeling wegens gebrek aan goede trouw.