Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer 2153023 13-8309)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep;
- de memorie van grieven met producties;
- de memorie van antwoord;
- de akte van [appellante] met producties;
- de antwoordakte van [geïntimeerde] .
3.De beoordeling
overgangworden verstaan ‘de overgang, ten gevolge van een overeenkomst, een fusie of een splitsing, van een economische eenheid die haar identiteit behoudt’ en moet onder
economische eenheidworden verstaan ‘een geheel van georganiseerde middelen, bestemd tot het ten uitvoer brengen van een al dan niet hoofdzakelijk economische activiteit’.
PbEG17 juli 1998, L 201/88) en is gecodificeerd in Richtlijn 2001/23/EG van 12 maart 2001 (
PbEG22 maart 2001, L 82/16; hierna: de richtlijn). De wettelijke regeling moet derhalve zoveel mogelijk in overeenstemming met de inhoud en de strekking van de richtlijn worden uitgelegd.
mogelijk[cursivering hof] ook het geheimhoudingsbeding heeft gehandeld’. Dat [geïntimeerde] alleen heeft kunnen bewerkstelligen dat klanten van [appellante] door een aanbod van [geïntimeerde] overstapten naar [autolease] Lease doordat [geïntimeerde] gebruik maakte van vertrouwelijke prijsgegevens etc. van [appellante] (zie de pleitaantekeningen in eerste aanleg van [appellante] , onder 16) acht het hof in de processtukken onvoldoende geconcretiseerd. Ook waar [appellante] stelt dat [geïntimeerde] vertrouwelijke informatie verspreidt, is naar het oordeel van het hof onvoldoende onderbouwd door [appellante] dat het gaat om van informatie over [appellante] die [geïntimeerde] ter kennis is gekomen bij de uitoefening van zijn functie bij [appellante] . Ook in zoverre treft grief 8 dus geen doel.