Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
3.Geschil, alsmede standpunten en conclusies van partijen
4.Gronden
5.Beslissing
’s-Gravenhage. Daarbij moet het volgende in acht worden genomen.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Belanghebbende kreeg voor het jaar 2011 een aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen opgelegd. Tegen deze aanslag maakte hij bezwaar, dat door de Inspecteur aanvankelijk niet-ontvankelijk werd verklaard. Vervolgens nam de Inspecteur een nadere beslissing waarin het bezwaar inhoudelijk werd afgewezen. Belanghebbende stelde beroep in bij de rechtbank tegen deze nadere beslissing, waarna het beroep ongegrond werd verklaard.
In hoger beroep bij het Hof werd geoordeeld dat het beroep tegen de nadere beslissing van de Inspecteur niet-ontvankelijk is, omdat volgens vaste rechtspraak het bezwaarproces eindigt met de eerste uitspraak op bezwaar. Daarnaast was het beroep tegen de uitspraak op bezwaar te laat ingediend. Belanghebbende kon geen verschoonbare termijnoverschrijding aantonen.
Het Hof vernietigde de uitspraak van de rechtbank wegens een dictumfout en verklaarde het beroep niet-ontvankelijk. De inhoudelijke bezwaren van belanghebbende tegen de forfaitaire rendementsheffing werden niet behandeld. Het betaalde griffierecht in hoger beroep werd aan belanghebbende terugbetaald. Een proceskostenvergoeding werd niet toegekend.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening en beroep tegen nadere beslissing is niet mogelijk.