Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
€ 24.060
€ 85.948
3.Geschil, alsmede standpunten en conclusies van partijen
4.Gronden
5.Beslissing
bevestigtde uitspraak van de Rechtbank.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Belanghebbende werd aangeslagen voor inkomstenbelasting en inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet (Zvw) over 2009, waarbij de Inspecteur het belastbaar inkomen aanzienlijk hoger vaststelde dan in de ingediende aangifte, op basis van een rapport van het BOOM over wederrechtelijk verkregen voordeel uit hennepteelt.
De rechtbank oordeelde dat belanghebbende aannemelijk de kwekerijen beheerde en dat er ten minste één eerdere oogst was geweest, waardoor de aangifte te laag was. De bewijslast werd omgekeerd en verzwaard, waarbij de Inspecteur een redelijke schatting maakte van de inkomsten. De rechtbank verminderde het belastbaar inkomen met de door belanghebbende gestelde kosten.
In hoger beroep bevestigde het hof deze overwegingen, overwegende dat belanghebbende zich bewust moest zijn van de onjuiste aangifte en dat de schatting van de Inspecteur niet willekeurig was. Het hof verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank, inclusief de aanslagen en de heffingsrente. De aanslag Zvw werd eveneens bevestigd, omdat het bijdrage-inkomen hoger was dan het maximale bijdrage-inkomen. Het hof wees het verzoek tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten af.
Uitkomst: Het hof verklaart het hoger beroep ongegrond en bevestigt de aanslagen inkomstenbelasting en Zvw over 2009 zoals vastgesteld door de rechtbank.