Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
3.Geschil, alsmede standpunten en conclusies van partijen
- In de pleitnota zijn percentages en bedragen verwisseld: primair stellen wij ons op het standpunt dat in de AutotelexPro koerslijst géén parallelimport is verwerkt. Indien het Hof ons daarin volgt, dient de handelsinkoopwaarde te worden verminderd met € 355, zijnde het verschil in BPM dat rust op de restwaarde van een officieel ingevoerde auto en de BPM die rust op de restwaarde van een parallel ingevoerde auto.
Subsidiair is ons standpunt dat de koerslijst vervuild is, dus opgesteld is uitgaande van beide soorten import, zodat voor parallelimport nog een correctie op de handelswaarde moet worden toegepast van € 300.
4.Gronden
Hof: het Besluit] recht had op een bepaalde kostenvergoeding, hij niet in een nadeliger positie mag komen te verkeren als gevolg van toepassing van het (overgangs)recht neergelegd in artikel II (tweede volzin) van het wijzigingsbesluit, dat voorschrijft dat bij vernietiging van die uitspraak op of na 1 januari 2015 de proceskostenvergoeding wordt toegekend op basis van het nieuwe Bpb. Leidt het overgangsrecht van artikel II (tweede volzin) van het wijzigingsbesluit - niet zijnde een wet in formele zin - wel tot een zodanige positieverslechtering, dan dient het buiten toepassing te blijven, en moet het vóór 1 januari 2015 geldende recht worden toegepast overeenkomstig de hoofdregel van de eerste volzin van artikel II van het wijzigingsbesluit.”