Belanghebbende werd aansprakelijk gesteld voor onbetaalde vennootschapsbelasting van [A] B.V. over het boekjaar 2003/2004. Na bezwaar en beroep vernietigde de Rechtbank deze aansprakelijkstelling. De Ontvanger stelde hoger beroep in, waarop het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden de uitspraak van de Rechtbank vernietigde. De Hoge Raad vernietigde dit arrest en verwees de zaak terug naar het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch.
Het Hof oordeelde dat de Ontvanger geen onderzoek had gedaan naar de aanwezige gegevens in het dossier bij het opleggen van de aanslag, waardoor een nieuw feit voor navordering ontbrak. Ook was er geen sprake van kwade trouw van belanghebbende, omdat een gerenommeerd belastingadvieskantoor was ingeschakeld en geen aanwijzingen van onvoldoende toezicht waren. De fiscale transacties in maart 2004 waren pleitbaar gezien de toenmalige rechtspraak.
Daarnaast werd belanghebbendes beroep op disculpatie gegrond verklaard, omdat het vermogen van de vennootschap toereikend was bij aandelenverkoop en latere verminderingen buiten haar toedoen plaatsvonden. Belanghebbende had adequaat onderzoek gedaan naar de koper en garanties bedongen. Het Hof bevestigde daarom de uitspraak van de Rechtbank en wees het hoger beroep van de Ontvanger af.