Uitspraak
GERECHTSHOF ̓s-HERTOGENBOSCH
1.[appellant] ,
[echtgenoot],
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
In deze civiele procedure stond de aansprakelijkheid voor een brand in een woning centraal. De zaak werd materieel gevoerd door de WA-verzekeraar van de bewoner, die formeel partij was. Tijdens het hoger beroep werd incidenteel appel ingesteld zonder medeweten van de formele partij, wat aanleiding gaf tot een klacht over het ontbreken van communicatie en het handelen van de advocaat.
De klacht bij de Deken richtte zich op het zonder opdracht instellen van incidenteel appel en het niet nakomen van communicatieverplichtingen door de advocaat. De Deken oordeelde dat de verzekeraar als materiële procespartij ruime ruimte heeft om de procedure te voeren, maar dat de communicatie richting de formele cliënt tekort was geschoten. Desondanks werd de klacht deels ongegrond verklaard.
Het hof concludeerde dat de oorzaak van de brand niet met voldoende zekerheid kon worden vastgesteld, waardoor ook de aansprakelijkheid van de geïntimeerde niet was komen vast te staan. Dit leidde tot vernietiging van de eerdere vonnissen en afwijzing van de vorderingen van de appellant.
De grieven van de appellant werden verworpen, terwijl die van de geïntimeerde in het incidenteel appel slaagden. De appellant werd veroordeeld in de proceskosten, waaronder kosten van deskundigenrapporten en advocatenkosten in eerste aanleg en hoger beroep.
Het arrest werd gewezen door drie raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 12 januari 2016.
Uitkomst: De vorderingen van appellant worden afgewezen wegens onvoldoende vaststelling van de oorzaak van de brand en aansprakelijkheid.