Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
2.500,--
2.500,--
40.500,--
3.Geschil, alsmede standpunten en conclusies van partijen
4.Gronden
€ 22.575
5.Beslissing
bevestigtde uitspraak van de Rechtbank.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Mevrouw A exploiteerde tot 31 augustus 2009 een onderneming in een pand dat zij vervolgens voor € 635.000 van het ondernemingsvermogen naar privé bracht. De Inspecteur verhoogde de stakingswinst met € 355.000 omdat hij de waarde van het pand op € 990.000 stelde, gebaseerd op de huurprijs van € 76.140 per jaar. De erfgenamen stelden dat de huurprijs niet marktconform was en bepleitten een lagere waarde.
De Rechtbank stelde de waarde vast op € 850.000, omdat geen van de partijen hun waarde aannemelijk had gemaakt. Het Hof bevestigde dit oordeel na onderzoek en taxatierapporten, waarbij het de huurwaardekapitalisatiemethode als juiste waarderingsmethode aanvaardde. De neerwaartse huurprijsaanpassing vond pas drie jaar na het stakingsmoment plaats, waardoor de hogere huurprijs als beste indicatie werd gezien.
Het Hof concludeerde dat noch de Inspecteur noch de erfgenamen hun bepleite waarden voldoende hadden onderbouwd. De waarde van het pand werd daarom in goede justitie vastgesteld op € 850.000. Dit leidde tot een correctie van de belastbare winst en het voordeel uit sparen en beleggen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de Rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de waarde van het pand vastgesteld op € 850.000, waarmee de aanslag inkomstenbelasting wordt bevestigd.