De werknemer was sinds 2011 in dienst bij ICS als interieurverzorgster en meldde zich ziek met COPD. ICS sprak ontslag op staande voet uit wegens het niet nakomen van afspraken met de arbeidsdeskundige en het zonder toestemming op vakantie gaan naar het buitenland.
De werknemer was meerdere keren niet aanwezig bij afspraken met de arbeidsdeskundige en was telefonisch onbereikbaar, terwijl zij zich in Turkije bevond zonder toestemming van ICS. Hoewel zij stelde dat zij toestemming had gekregen, achtte het hof dit ongeloofwaardig en concludeerde dat zij zonder toestemming vakantie had opgenomen.
Het hof oordeelde dat deze gedragingen, in onderlinge samenhang bezien, een dringende reden voor ontslag op staande voet vormden. De persoonlijke omstandigheden en de gevolgen van het ontslag werden meegewogen, maar veranderden het oordeel niet.
De verzoeken van de werknemer tot vernietiging van het ontslag, herstel van de arbeidsovereenkomst, billijke vergoeding, transitievergoeding en vergoeding wegens onregelmatige opzegging werden afgewezen. De werknemer werd veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep.