Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.[geïntimeerde 1] ,wonende te [woonplaats] ,
[geïntimeerde 2] ,wonende te [woonplaats] ,
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/04/128071/HA ZA 14-65)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep;
- de memorie van grieven met producties;
- de memorie van antwoord, tevens houdende antwoordakte met producties;
3.De beoordeling
- [verkoper] heeft begin jaren ’80 (volgens Gemeente Bergen: 1977) een 50 cm hoog gaashekwerk geplaatst;
- het gaashekwerk loopt over de hele scheiding met het perceel van de gemeente;
- [verkoper] heeft in 1986/1987 (volgens gemeente Bergen: begin jaren ’80) langs het gaashekwerk jonge laurierstruiken gepland welke aan de zuidelijke en westelijke grens voor het overgrote deel zijn uitgegroeid tot een dichte haag.
- Tijdens de descente gehouden op 12 november 2014 heeft de rechter geconstateerd dat het hiervoor bedoelde gaashekwerk nog steeds zichtbaar is en dat voor het overgrote deel van de lijn tussen het perceel van de gemeente en [geïntimeerde 1] c.s. sprake is van een haag van laurierstruiken.
Gemeente Bergen wordt in dit standpunt niet gevolgd. Artikel 3:108 BW Pro bepaalt dat de vraag of iemand een zaak voor zichzelf houdt naar verkeersopvatting wordt beoordeeld, en richt zich slechts op uiterlijke feiten, met name de uitoefening van de feitelijke macht. De wil van degene die de macht uitoefent is zowel voor de vraag of hij houdt als voor de vraag voor wie hij dit doet, slechts relevant voor zover hij in zulke feiten tot uiting komt (TM, Parl. Gesch. 3, p. 428). Het bewijsaanbod wordt dan ook als niet relevant gepasseerd.
In de koop- en de leveringsakte wordt geen voorbehoud gemaakt met betrekking tot de hier bedoelde strook. In die akten is het te leveren perceel op twee manieren omschreven, namelijk onder verwijzing naar kadastraal nummer [sectienummer 1] en met een feitelijke omschrijving van het geleverde, te weten een woonhuis met erf, tuin en verdere aanhorigheden. Voor zover deze omschrijvingen onderling strijdig zijn prevaleert de feitelijke beschrijving.
Nu [verkoper] geen partij is in onderhavige procedure, kan in het midden worden geladen of deze de strook grond al dan niet zou terug willen leveren aan Gemeente Bergen.