Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
6.Het verloop van de procedure
- het tussenarrest van 20 januari 2015;
- de memorie van antwoord tevens (voorwaardelijk) incidenteel appel tevens vermeerdering van eis van de curator (met de producties 24 t/m 35);
- de akte in principaal appel en memorie van antwoord in voorwaardelijk incidenteel appel (met de producties 1 t/m 7) van Molenparc;
- de akte uitlating tevens overlegging producties van de curator van 10 maart 2015 (met de producties 36 t/m 40);
- het pleidooi, waarbij beide partijen een pleitnota hebben overgelegd; aan de pleitnota van de advocaat van Molenparc zijn enkele bijlagen gehecht; de advocaat van de curator heeft te kennen gegeven daartegen geen bezwaar te hebben.
7.De verdere beoordeling
"(…)
3. Koper is aansprakelijk voor alle schade (..) welke voortvloeit en/of samenhangt met het hiervoor genoemde gebruik van de omliggende grond (…)
4. Indien door koper en/of haar opdrachtnemers schade is toegebracht als hiervoor in artikel 8 lid 3 omschreven Pro zal verkoper koper daarvan schriftelijk in kennis stellen onder vermelding van de aard en omvang van de schade alsmede de daaraan verbonden (herstel)kosten. In dat geval is koper, nadat koper door verkoper in de gelegenheid is gesteld de schade te herstellen binnen een redelijke termijn, gehouden op eerste verzoek een “first demand” bankgarantie te stellen conform het model “NVB beslaggarantie 1999” met dien verstande dat artikel 2 a van dat model wordt vervangen door de tekst “een afschrift van een beslissing van een Nederlandse rechter met betrekking tot de vordering, gewezen in een procedure tussen de begunstigde en de debiteur”.
5. De hiervoor genoemde omliggende gronden zullen uiterlijk drie (3) maanden voor de oplevering van de partijen genoegzaam bekende commerciële ruimten in het bijzonder de door Plus gehuurde ruimte volledig ontruimd en vrij van ieder gebruiksrecht aan verkoper worden opgeleverd en aan haar ter beschikking worden gesteld (…) teneinde verkoper in staat te stellen de omliggende gronden woonrijp te maken (…)."
a. een first demand concerngarantie van [VWB-V] voor de betaling van de koopsom van € 432.095,= te vermeerderen met btw aan Molenparc, in te roepen per datum van de notariële levering.
b. een voorwaardelijke concerngarantie namens [VWB-V] voor de betaling van rente over de koopsom, spandoeken en dwangsom, in te roepen als die door NBO betwiste claims bij nader onderzoek dan wel in rechte komen vast te staan.
c. een garantverklaring van [koper] voor de volledige nakoming van alle verplichtingen die op NBO rusten of voortvloeien uit de koopovereenkomst tussen (zo begrijpt het hof) NBO en Molenparc.
d. door de garantstellingen verkrijgt Molenparc een rechtstreekse aanspraak jegens [VWB-V] en [koper] . De garantstellingen houden een derdenbeding als bedoeld in art. 6:253 BW Pro in ten behoeve van Molenparc.
Onder e. van de garantstelling is voorts het uitgangspunt genoemd dat NBO na de levering van de omliggende grond aan NBO meewerkt aan doorlevering van die grond aan [koper] en dat de op de levering vallende kosten voor rekening van [koper] komen.