Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- [appellant] , bijgestaan door mr. Jongen;
- Mevrouw [meerderjarigenbeschermingsbewindvoerder] , meerderjarigenbeschermingsbewindvoerder van [appellant] .
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Appellant had een verzoek tot toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling ingediend, dat door de rechtbank Limburg was afgewezen omdat niet aannemelijk was dat hij te goeder trouw was geweest en zijn verplichtingen zou nakomen. De rechtbank baseerde dit mede op onduidelijkheid over een schuld aan KPN en de onduidelijkheid omtrent de beheersbaarheid van zijn psychosociale problemen.
In hoger beroep heeft appellant onderbouwd dat de KPN-schuld buiten de vijfjaarstermijn is ontstaan en dat hij te goeder trouw is geweest ten aanzien van het onbetaald laten van deze schuld. Tevens heeft appellant relevante verklaringen overgelegd waaruit blijkt dat zijn psychosociale problemen eind 2015 als beheersbaar werden beschouwd en dat hij op eigen initiatief hulp zocht bij maatschappelijk werk en GGZ.
Het hof heeft op basis van deze nieuwe feiten en de positieve indruk die appellant ter zitting heeft achtergelaten geoordeeld dat appellant voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij de verplichtingen uit de schuldsaneringsregeling zal nakomen en zich zal inspannen om zoveel mogelijk baten voor de boedel te verwerven. Het hof vernietigt het vonnis van de rechtbank en wijst het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling toe.
De griffier van het hof wordt opgedragen de rechtbank Limburg te informeren over deze uitspraak in verband met de benoeming van een rechter-commissaris en bewindvoerder.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek van appellant tot toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling toe en vernietigt het vonnis van de rechtbank.