ECLI:NL:GHSHE:2022:2133
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging weigering toelating schuldsaneringsregeling wegens gebrek aan goede trouw en onvoldoende nakoming
Appellante verzocht de rechtbank om toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling vanwege een schuldenlast van ruim €107.000. De rechtbank wees dit verzoek af omdat niet aannemelijk was dat appellante te goeder trouw was geweest bij het ontstaan en onbetaald laten van haar schulden in de vijf jaar voorafgaand aan het verzoek, en omdat zij onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zij de verplichtingen uit de regeling zou nakomen.
De rechtbank baseerde haar oordeel onder meer op het feit dat appellante haar huurwoning zonder toestemming onderverhuurde, waardoor vermoedelijk criminele activiteiten plaatsvonden, en dat zij nieuwe schulden had gemaakt zonder overleg met haar beschermingsbewindvoerder. Ook was er sprake van psychosociale problematiek die nog niet voldoende beheersbaar was.
In hoger beroep voerde appellante aan dat zij geen wietplantage had gehad, dat zij pas onderverhuurde nadat zij zelf was verhuisd, en dat zij niet wist dat onderverhuur niet was toegestaan. Zij stelde verder dat haar psychosociale situatie stabieler was en dat zij een WIA-uitkering ontving. De beschermingsbewindvoerder bevestigde echter dat appellante beïnvloedbaar is en dat afspraken niet werden nagekomen.
Het hof oordeelde dat appellante het minnelijk traject niet volledig had doorlopen, dat zij niet te goeder trouw was geweest bij het ontstaan en onbetaald laten van schulden, en dat zij onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zij de verplichtingen uit de schuldsaneringsregeling zou nakomen. Ook de psychosociale problematiek was niet duurzaam beheersbaar verklaard. Het beroep op de hardheidsclausule faalde omdat niet aan de voorwaarden was voldaan.
Het hof bekrachtigde daarom het vonnis van de rechtbank en wees het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling af.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en wijst het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling af wegens gebrek aan goede trouw en onvoldoende nakoming van verplichtingen.