Uitspraak
GERECHTSHOF ‘s-HERTOGENBOSCH
Kapsalon [kapsalon] ,
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
In deze zaak staat de vraag centraal of het concurrentiebeding tussen een hairstylist en haar voormalige werkgever onbillijk is en of het concurrentiebeding geschorst kan worden. De hairstylist was in dienst bij de werkgever en trad daarna in dienst bij een concurrent binnen een straal van 15 kilometer, hetgeen door het concurrentiebeding werd beperkt.
De kantonrechter had het concurrentiebeding geschorst onder voorwaarden, maar het hof stelt vast dat het spoedeisend belang in hoger beroep is komen te vervallen. Het hof beoordeelt of de proceskostenveroordeling in eerste aanleg terecht is en oordeelt dat het concurrentiebeding voldoet aan de cao-voorwaarden en niet onbillijk is in verhouding tot het belang van de werkgever.
De hairstylist heeft onvoldoende onderbouwd dat zij door het concurrentiebeding zwaar wordt beperkt of dat zij inkomensverlies lijdt. Het hof vernietigt het vonnis voor zover het de proceskostenveroordeling betreft en stelt deze opnieuw vast, waarbij de hairstylist wordt veroordeeld in de kosten van zowel eerste aanleg als hoger beroep.
Uitkomst: Het hof wijst het hoger beroep af en bevestigt dat het concurrentiebeding niet onbillijk is, terwijl de proceskostenveroordeling deels wordt vernietigd en opnieuw vastgesteld.