ECLI:NL:GHSHE:2016:561
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging weigering toelating schuldsaneringsregeling wegens ontbreken minnelijk traject en gebrek aan goede trouw
Appellant verzocht in hoger beroep om toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP), nadat de rechtbank zijn verzoek had afgewezen wegens het niet doorlopen van een minnelijk traject en onvoldoende aannemelijkheid van goede trouw bij het ontstaan van schulden.
Het hof oordeelt dat appellant niet heeft voldaan aan de vereiste om een poging te doen tot een buitengerechtelijke schuldregeling met al zijn schuldeisers. Slechts één schuldeiser, het pensioenfonds, is benaderd, en er is geen concreet voorstel gedaan aan alle schuldeisers. Bovendien blijkt uit de stukken dat appellant maandelijks een aanzienlijk bedrag aan zijn onderneming onttrekt, zonder dat dit gericht is op het voldoen van schulden.
Daarnaast is vastgesteld dat appellant aanzienlijke schulden heeft aan het pensioenfonds en de Belastingdienst, die binnen de relevante vijfjaarstermijn zijn ontstaan. De niet-afdracht van pensioenpremies en belastingschulden wordt als verwijtbaar en niet te goeder trouw beschouwd. Ook het beroep op de hardheidsclausule wordt verworpen wegens onvoldoende bewijs van een ommekeer in de financiële situatie.
Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en wijst het verzoek tot toelating tot de WSNP af.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de weigering appellant toe te laten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling wegens het niet doorlopen van een minnelijk traject en het ontbreken van goede trouw.