ECLI:NL:GHSHE:2016:563
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging weigering toelating wettelijke schuldsaneringsregeling wegens gebrek aan goede trouw
Appellante verzocht de rechtbank om toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling vanwege een schuldenlast van ruim €37.000, waaronder een grote belastingschuld. De rechtbank wees dit verzoek af omdat niet aannemelijk was dat zij in de vijf jaar voorafgaand aan het verzoek te goeder trouw was geweest ten aanzien van het ontstaan en onbetaald laten van haar schulden.
In hoger beroep voerde appellante aan dat haar psychische problematiek en persoonlijke omstandigheden haar onbewust deden handelen met betrekking tot de kinderopvangtoeslag, en deed een beroep op de hardheidsclausule. Het hof oordeelde echter dat onvoldoende bewijs was geleverd dat haar psychische problemen haar handelwijze rechtvaardigden en dat zij niet aannemelijk had gemaakt dat zij haar problemen had overwonnen.
Het hof stelde vast dat appellante onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zij te goeder trouw was geweest bij het ontstaan en onbetaald laten van de belastingschuld. Ook het beroep op de hardheidsclausule faalde omdat niet was aangetoond dat zij de financiële situatie stabiel had gekregen en de verplichtingen uit de schuldsaneringsregeling naar behoren zou kunnen nakomen.
Daarom werd het vonnis van de rechtbank bekrachtigd en bleef de weigering tot toelating tot de schuldsaneringsregeling in stand.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de weigering van toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling wegens onvoldoende aannemelijkheid van goede trouw.