Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
3.Geschil, alsmede standpunten en conclusies van partijen
4.Gronden
5.Beslissing
bevestigtde uitspraak van de Rechtbank.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Belanghebbende, een Duitse vennootschap, verkreeg rechten op het kantoorgebouw [H] dat per etage als zelfstandige onroerende zaak wordt beschouwd volgens een kwalificatieafspraak tussen de vorige eigenaar [K] en de Inspecteur. Deze afspraak is bindend voor belanghebbende vanwege de overgang van een algemeenheid van goederen op grond van artikel 37d Wet OB.
Belanghebbende voerde aan dat de samenloopvrijstelling voor overdrachtsbelasting toegepast moest worden op delen van het gebouw die minder dan twee jaar in gebruik waren genomen. Het Hof oordeelde dat de derde en vijfde etage meer dan twee jaar voor de levering in gebruik waren genomen, waardoor de vrijstelling niet van toepassing is.
Daarnaast stelde belanghebbende dat de Inspecteur ten onrechte de gekapitaliseerde waarde van erfpacht- en opstalrechten tot de heffingsgrondslag rekende. Het Hof oordeelde dat belanghebbende onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat deze waarde de waarde van de onroerende zaken oversteeg.
Het Hof verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de Rechtbank. Tevens wees het Hof het bezwaar tegen late inbreng van e-mails van de Inspecteur af en veroordeelde geen proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de Rechtbank bevestigd.