ECLI:NL:GHSHE:2017:1240
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Toelating tot schuldsaneringsregeling ondanks ontnemingsvordering op grond van hardheidsclausule
Appellanten hebben bij de rechtbank Oost-Brabant verzocht om toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling, maar dit verzoek werd afgewezen vanwege een ontnemingsvordering die binnen de vijfjaarstermijn viel, zoals bepaald in artikel 288 lid 2 sub c van Pro de Faillissementswet (Fw).
In hoger beroep hebben appellanten aangevoerd dat zij de omstandigheden die tot hun schulden hebben geleid onder controle hebben gekregen, verwijzend naar artikel 288 lid 3 Fw Pro. Zij hebben sindsdien stabiele inkomsten, staan onder beschermingsbewind en hebben geen nieuwe schulden gemaakt. De beschermingsbewindvoerder bevestigde deze situatie.
Het hof stelde vast dat de ontnemingsvordering inderdaad binnen de vijfjaarstermijn valt, maar dat er bijzondere omstandigheden zijn die toelating tot de schuldsaneringsregeling rechtvaardigen. De strafrechtelijke gedragingen dateren van zeven jaar geleden, de kwekerij was kortdurend, en er zijn sinds januari 2016 geen nieuwe schulden gemaakt. Daarnaast hebben appellanten een stabiel inkomen en voldoende aflossingscapaciteit.
Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde de schuldsaneringsregeling van toepassing op appellanten, waarbij de griffier van het hof de griffier van de rechtbank Oost-Brabant informeert over de benoeming van een rechter-commissaris en bewindvoerder.
Uitkomst: Het hof wijst de schuldsaneringsregeling toe aan appellanten ondanks de ontnemingsvordering op grond van de hardheidsclausule.