ECLI:NL:GHSHE:2017:1244
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek toelating wettelijke schuldsaneringsregeling wegens gebrek aan goed vertrouwen en onvoldoende nakoming
In deze civiele zaak heeft appellante hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Limburg waarin haar verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling werd afgewezen. Appellante had een totale schuldenlast van ruim €318.000, waaronder belastingschulden wegens onterecht ontvangen toeslagen en niet betaalde inkomstenbelasting.
Het hof heeft vastgesteld dat appellante niet te goeder trouw was bij het ontstaan en onbetaald laten van de belastingschuld, omdat zij wist dat zij geen recht had op kinderopvangtoeslag maar deze toch ontving en besteedde aan levensonderhoud. Daarnaast hield zij zich niet aan de door het UWV opgelegde sollicitatieplicht voor een fulltime functie, wat een kernverplichting is uit de schuldsaneringsregeling.
Het hof oordeelde dat de omstandigheden ernstig genoeg zijn om het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling af te wijzen. Ook het beroep op de hardheidsclausule werd verworpen, omdat appellante onvoldoende inzichtelijk maakte dat de omstandigheden die tot de schulden leidden onder controle zijn. Het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank.
Uitkomst: Het verzoek tot toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling wordt afgewezen wegens onvoldoende aannemelijkheid van te goeder trouw zijn en onvoldoende nakoming van verplichtingen.