Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
5.Het verloop van de procedure
- de memorie van antwoord in de drie zaken, tevens memorie van grieven in voorwaardelijk incidenteel hoger beroep met producties;
- de memorie van antwoord in incidenteel hoger beroep in de drie zaken met producties;
- het pleidooi, waarbij partijen pleitnotities hebben overgelegd;
- de bij H-formulier d.d. 20 december 2016 en bij brief van 9 januari 2017 door mr. Ogg toegezonden producties, die zij bij het pleidooi bij akte in het geding heeft gebracht.
6.De verdere beoordeling
De rentabiliteitsbijdrage
505,61
3.166.73
www.essent.nl.(…)”
primairgeconcludeerd tot vernietiging van de beroepen vonnissen en tot het alsnog toewijzen van hun vorderingen.
eventuelekosten, hetgeen er niet op duidt dat er al zeker is dat dergelijke kosten in rekening zullen worden gebracht, terwijl bij opname van een deel van de aansluitingskosten in de periodieke kosten al zeker zou zijn geweest dat periodieke kosten in rekening zouden worden gebracht. Tot slot wordt aan de hand van voorbeelden aangegeven wat wordt bedoeld met periodieke kosten, namelijk vastrechtkosten. Met de term ‘vastrechtkosten’ wordt in de terminologie die in de branche gebruikelijk is het vastrecht verstaan, niet de onderhavige aansluitkosten. Het enkele feit dat achter de term “vastrecht” het woord “aansluiting” is opgenomen, maakt dit niet anders. Vastrecht impliceert periodiek terugkerende kosten; daaronder wordt niet verstaan eenmalig te maken kosten die vervolgens periodiek in rekening worden gebracht. De bewoners hadden daaruit dus, naar het oordeel van het hof, niet kunnen of moeten afleiden dat bepaalde kosten aan hen nog gedurende 30 jaren via het vastrecht in rekening zouden worden gebracht. Het hof overweegt voorts dat voor zover Ennatuurlijk dergelijke aanvullende kosten wél in rekening had willen brengen, van haar als professionele partij mocht worden verwacht dat zij haar offertes op zodanige wijze zou hebben ingericht dat deze niet voor misverstand vatbaar zouden zijn. De volgens Ennatuurlijk kennelijk bestaande onduidelijkheid dient op dit punt dan ook voor haar rekening te komen.
[appellant in 200.173.166_01] en [appellant in 200 173 168_01]zullen per partij worden vastgesteld op:
€ 213,00
[appellant in 200 173 171_01]zullen worden vastgesteld op:
€ 213,00
€ 933,00
Het hof zal de nakosten in de zaak [appellant in 200 173 171_01] begroten op € 100,- zoals gevorderd met bepaling dat indien deze kosten niet binnen twee weken na betekening van het vonnis zijn betaald, Ennatuurlijk daarover de wettelijke rente verschuldigd is.
7.De uitspraak
[appellant in 200.173.166_01] en [appellant in 200 173 168_01]ieder een bedrag van € 807,00, berekend vanaf 11 april 2008 tot en met september 2013;
[appellant in 200 173 171_01]een bedrag van € 1.440,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over iedere periode dat er € 144,00 is betaald tot en met de datum der algehele voldoening;