Conclusie
[verweerder 1]
[verweerder 2]
1.Feiten en procesverloop
De rentabiliteitsbijdrage
3.166,73
www.essent.nl. (…)” [9]
primairgeconcludeerd tot vernietiging van de beroepen vonnissen en tot het alsnog toewijzen van hun vorderingen.
Subsidiairhebben zij gevorderd de beroepen vonnissen deels te vernietigen en te verklaren voor recht dat het Ennatuurlijk niet is toegestaan een rente van 5% te rekenen over de jaarlijkse aansluitkosten en deze aansluitkosten te indexeren, en de bewoners in de gelegenheid te stellen de nominale aansluitbijdrage zoals deze in het aanvangsjaar gold, zonder rente alsnog in één keer te betalen dan wel periodiek zonder rente te betalen. [20]
eventuelekosten, hetgeen er niet op duidt dat er al zeker is dat dergelijke kosten in rekening zullen worden gebracht, terwijl bij opname van een deel van de aansluitingskosten in de periodieke kosten al zeker zou zijn geweest dat periodieke kosten in rekening zouden worden gebracht. Tot slot wordt aan de hand van voorbeelden aangegeven wat wordt bedoeld met periodieke kosten, namelijk vastrechtkosten. Met de term ‘vastrechtkosten’ wordt in de terminologie die in de branche gebruikelijk is het vastrecht verstaan, niet de onderhavige aansluitkosten. Het enkele feit dat achter de term “vastrecht” het woord “aansluiting” is opgenomen, maakt dit niet anders. Vastrecht impliceert periodiek terugkerende kosten; daaronder wordt niet verstaan eenmalig te maken kosten die vervolgens periodiek in rekening worden gebracht. De bewoners hadden daaruit dus, naar het oordeel van het hof, niet kunnen of moeten afleiden dat bepaalde kosten aan hen nog gedurende 30 jaren via het vastrecht in rekening zouden worden gebracht. Het hof overweegt voorts dat voor zover Ennatuurlijk dergelijke aanvullende kosten wél in rekening had willen brengen, van haar als professionele partij mocht worden verwacht dat zij haar offertes op zodanige wijze zou hebben ingericht dat deze niet voor misverstand vatbaar zouden zijn. De volgens Ennatuurlijk kennelijk bestaande onduidelijkheid dient op dit punt dan ook voor haar rekening te komen.
2.Bespreking van het cassatiemiddel
in het bijzonder gewicht toekomtaan de door het hof genoemde omstandigheden. Naast de in rov. 6.7.1-6.8 door het hof genoemde omstandigheden betrekt het hof in rov. 6.11 verschillende andere omstandigheden in zijn oordeel voordat het hof in rov. 6.12 zijn slotconclusie bereikt dat een contractuele grondslag voor het in rekening brengen van aanvullende aansluitkosten ontbreekt.
bindendevaststelling van de tarieven (en/of de wijze van in rekening brengen van kosten) inhielden en klaagt dat dat oordeel onbegrijpelijk en/of onjuist is. Naar Ennatuurlijk (onweersproken) heeft aangevoerd waren de Tariefadviezen (zoals de naam al zegt) niet bindend voor de branche. Het hof heeft er bij zijn verdere beoordeling daarom evenmin van uit kunnen gaan dat de Tariefadviezen bindend waren voor Ennatuurlijk, aldus de klacht, waarbij verwezen wordt naar de subonderdelen 4c en 4d.
aansluitovereenkomstbetrekking heeft op het realiseren en in stand houden van de
aansluitingop het warmtenet en de warmteleveringsovereenkomst op de levering van warmte na aansluiting. In rov. 6.8 oordeelt het hof dat partijen met elkaar een overeenkomst zijn aangegaan op grond waarvan de bewoners aan de rechtsvoorganger van Ennatuurlijk opdracht hebben gegeven om hun woning
aan te sluitenop het warmtenet, dat Ennatuurlijk hen een offerte heeft doen toekomen waarin een bedrag voor deze werkzaamheden is opgenomen en dat dit bedrag in principe het loon is dat de bewoners verschuldigd zijn zodra zij de opdracht tot aansluiting verstrekken.
dat de offertes betrekking hebben op één of meer aansluitingen gevolgd door één bedrag. Voorts wordt daarin aangegeven dat “bovengenoemde” kosten de huidige offerte betreffen en los staan van eventuele periodieke kosten (o.a. vastrecht aansluiting, transport, meterhuur). Uit deze bewoordingen blijkt evenmin dat een deel van de aansluitkosten periodiek in rekening zal worden gebracht. Zo wordt gesteld dat de
periodieke kosten los staan van het offertebedrag, hetgeen juist niet duidt op enige relatie tussen beide. Zo wordt aangegeven dat het gaat om
eventuelekosten,
hetgeen er niet op duidt dat er al zeker is dat dergelijke kosten in rekening zullen worden gebracht, terwijl bij opname van een deel van de aansluitingskosten in de periodieke kosten al zeker zou zijn geweest dat periodieke kosten in rekening zouden worden gebracht. Tot slot wordt aan de hand van voorbeelden aangegeven wat wordt bedoeld met periodieke kosten, namelijk vastrechtkosten.
Met de term ‘vastrechtkosten’ wordt in de terminologie die in de branche gebruikelijk is het vastrecht verstaan, niet de onderhavige aansluitkosten.Het enkele feit dat achter de term “vastrecht” het woord “aansluiting” is opgenomen, maakt dit niet anders. Vastrecht impliceert periodiek terugkerende kosten; daaronder wordt niet verstaan eenmalig te maken kosten die vervolgens periodiek in rekening worden gebracht. De bewoners hadden daaruit dus, naar het oordeel van het hof, niet kunnen of moeten afleiden dat bepaalde kosten aan hen nog gedurende 30 jaren via het vastrecht in rekening zouden worden gebracht. Het hof overweegt voorts dat voor zover Ennatuurlijk dergelijke
aanvullendekosten wél in rekening had willen brengen, van haar als professionele partij mocht worden verwacht dat zij haar offertes op zodanige wijze zou hebben ingericht dat deze niet voor misverstand vatbaar zouden zijn. De volgens Ennatuurlijk kennelijk bestaande onduidelijkheid dient op dit punt dan ook voor haar rekening te komen.”
niet blijkt dat de bewoners meer aansluitkosten verschuldigd waren dan het bedrag dat in de offertes stond vermeld.”
De reden hiervoor is enerzijds gelegen in het feit dat er een overeenkomst tussen partijen is gesloten op grond waarvan de kosten voor aansluiting reeds integraal door de bewoners waren voldaan(zie de conclusie onder 6.10), maar anderzijds ook in het feit dat onder de term “vastrecht” niet kan worden verstaan: een deel van de aansluitbijdrage. Indien Ennatuurlijk zou willen afwijken van de terminologie en de adviezen die in de branche gebruikelijk zijn, dan had het op haar weg gelegen om daarover duidelijkheid aan de bewoners te verschaffen. Nu zij dit niet heeft gedaan, is
van instemming met het, gedurende een periode van dertig jaren,
aanvullend in rekening brengen van aansluitkosten, geen sprake.”
overeenkomst tot aansluitingvan hun woning op het warmtenet heeft gesloten
en daarvoor een prijs heeft geoffreerd die de bewoners hebben geaccepteerd. Ennatuurlijk heeft dan
vervolgens niet meer het rechtom
aanvullende aansluitkostenin rekening te brengen, ook al hebben de bewoners gedurende een bepaalde periode een bedrag aan vastrecht betaald waarin een component aansluitbijdrage was opgenomen. Zij hebben dit onverschuldigd betaald, nu daarvoor een contractuele grondslag ontbreekt.”
nu partijen een aparte overeenkomst met Ennatuurlijk hebben gesloten waarin de prijs is bepaald. Ook komt het hof niet toe aan de behandeling van de stelling van Ennatuurlijk dat op grond van gewoonte en/of redelijkheid en billijkheid de bewoners toch een vergoeding verschuldigd zijn, nu het hof hiervoor heeft overwogen
dat de bewoners er niet op bedacht hoefde[n] te zijn dat via de leveringsovereenkomst alsnog een periodieke bijdrage voor de fysieke aansluiting verschuldigd zou zijn.”
uitlegoordeel dat door Ennatuurlijk geen extra aansluitkosten via de leveringsovereenkomsten meer bij de bewoners in rekening konden worden gebracht nadat al aansluitkosten als bedrag ineens in rekening waren gebracht en door de bewoners waren voldaan op basis van de via de offertes tot stand gekomen aansluitovereenkomsten. [25] Nu partijen aansluitovereenkomsten hadden gesloten waarin de prijs van de aansluiting was bepaald, behoefden bewoners er niet meer op bedacht te zijn dat via de leveringsovereenkomsten alsnog een periodieke bijdrage voor de fysieke aansluiting verschuldigd zou zijn. Voor zover Ennatuurlijk dergelijke aanvullende kosten wél in rekening had willen brengen, mocht van haar als professionele partij worden verwacht dat zij haar offertes op zodanige wijze zou hebben ingericht dat deze niet voor misverstand vatbaar zouden zijn.
alleafzonderlijke componenten van die reeds overeengekomen periodieke kosten zoals Ennatuurlijk in haar s.t. onder nr. 1.3 [26] betoogt. Zoals gezegd, strekt het oordeel van het hof ertoe dat de bewoners er na het in rekening brengen van aansluitkosten via de aansluitovereenkomsten niet op bedacht hoefden te zijn dat dit niet alle aansluitkosten betrof en dat langs andere weg (onder de noemer van de periodieke kosten [27] (zoals het vastrecht)) vervolgens nog een andere component aansluitkosten in rekening zou worden gebracht, althans niet zonder dat Ennatuurlijk daarover duidelijkheid had verschaft aan de bewoners. [28] ’s Hofs oordeel is niet onjuist of onvoldoende gemotiveerd.
bewoordingenvan de offertes niet is af te leiden dat de aansluitkosten deels ineens en deels periodiek in rekening worden gebracht (zie met zoveel woorden rov. 6.10.1 en 6.10.4). Geklaagd wordt dat het hof aldus zijn beantwoording van de vraag of betaling van de periodieke aansluitbijdrage tussen partijen is overeengekomen, klaarblijkelijk uitsluitend heeft gebaseerd op de
tekst(c.q. de taalkundige betekenis) van de overeenkomsten (bestaande uit de ondertekende offertes) met de bewoners. Hiermee zou het hof miskend hebben dat het bij de beantwoording van deze vraag – aan de hand van de ook volgens het hof tot uitgangspunt te nemen Haviltex-maatstaf – niet uitsluitend acht diende te slaan op de tekst van de overeenkomst c.q. de taalkundige betekenis daarvan, maar ook op de overige bijzondere omstandigheden van het geval (zie hiervóór, onderdeel 1). Het hof zou derhalve bij zijn oordeel in rov. 6.10.1 tot en met 6.10.4 zijn uitgegaan van een onjuiste rechtsopvatting.
vastrecht". Daarmee worden volgens het hof "in de terminologie die in de branche gebruikelijk is" uitsluitend periodiek terugkerende kosten verstaan, en niet eenmalig te maken kosten die vervolgens periodiek in rekening worden gebracht.
eerstetegen de overweging (ov. 6.10.1.2, slot) dat voor zover Ennatuurlijk dergelijke "aanvullende kosten" (waarmee het hof klaarblijkelijk doelt op component B, de periodieke aansluitbijdrage) in rekening had willen brengen, van Ennatuurlijk mocht worden verwacht dat zij haar offertes "op zodanige wijze zou hebben ingericht dat deze niet voor misverstand vatbaar zouden zijn". Geklaagd wordt dat het hof hiermee opnieuw, zoals in subonderdeel 3a al is aangevoerd, miskent dat voor wilsovereenstemming met de bewoners over de verschuldigdheid van de periodieke aansluitbijdrage (als component van het jaarlijkse vastrecht)
nietis vereist dat de bewoners over de afzonderlijke componenten van het vastrecht zijn geïnformeerd, althans het hof ook hier niet duidelijk maakt waarom in dit geval van dit uitgangspunt zou moeten worden afgeweken.
eersteklacht bouwt het hof met deze vaststelling klaarblijkelijk voort op zijn eerdere - en hiervóór al bestreden - overweging in rov. 6.10.1.2. Om de in de subonderdelen 3a tot en met 3e aangevoerde redenen is dat oordeel onjuist en/of onbegrijpelijk.
subonderdeel 4cdat 's hofs overwegingen in rov. 6.11.2.1 en 6.11.2.3 over de rentabiliteitsbijdrage ook om de volgende redenen onvoldoende (begrijpelijk) zijn gemotiveerd.
onderdeel 5kan aan hetgeen in de voorgaande onderdelen is aangevoerd, niet afdoen hetgeen het hof in rov. 6.8, 6.12 en 6.13 overweegt. Het hof overweegt in rov. 6.8 in de eerste plaats dat partijen met elkaar een overeenkomst zijn aangegaan op grond waarvan de bewoners aan de rechtsvoorganger van Ennatuurlijk opdracht hebben gegeven om hun woning aan te sluiten op het warmtenet. Het hof overweegt vervolgens dat Ennatuurlijk de bewoners een offerte heeft doen toekomen waarin "een bedrag voor deze werkzaamheden" is opgenomen (waarmee het hof klaarblijkelijk doelt op het eenmalige bedrag dat in de offertes aan de bewoners is opgenomen); dit bedrag kwalificeert het hof als het "loon" dat de bewoners verschuldigd zijn zodra zij de opdracht tot aansluiting verstrekken. (Kennelijk) voortbouwend hierop overweegt het hof (in rov. 6.12) dat Ennatuurlijk met de bewoners een overeenkomst tot aansluiting van hun woning op het warmtenet heeft gesloten en daarvoor een prijs heeft geoffreerd die de bewoners hebben geaccepteerd; Ennatuurlijk heeft dan volgens het hof niet meer het recht om "aanvullende aansluitkosten" in rekening te brengen. In het verlengde hiervan overweegt het hof (in rov. 6.13) dat de bewoners "er niet op bedacht hoefde[n] te zijn dat via de leveringsovereenkomst alsnog een periodieke bijdrage voor de fysieke aansluiting verschuldigd zou zijn".
subonderdeel 5bkunnen ook overigens de genoemde overwegingen het oordeel van het hof dat tussen Ennatuurlijk en de bewoners verschuldigdheid van de periodieke aansluitbijdrage niet is overeengekomen, niet dragen. Ennatuurlijk heeft in dit geding aangevoerd dat de periodieke aansluitbijdrage onderdeel vormt van de leveringsovereenkomst (en niet de aansluitovereenkomst) met de bewoners, zoals nader geregeld in de daarop van toepassing verklaarde algemene voorwaarden. Ook indien in de aansluitovereenkomst een bedrag voor het tot stand brengen van de aansluiting van de woning op het warmtenet is overeengekomen, valt zonder nadere motivering - die in de genoemde overwegingen ontbreekt - niet in te zien waarom niet
daarnaastin de leveringsovereenkomsten betaling van overige kosten (waaronder de periodieke aansluitbijdrage) kon worden overeengekomen (althans de bewoners, door betaling van die overige kosten niet - stilzwijgend - konden instemmen met verschuldigdheid van de periodieke aansluitbijdrage). Ennatuurlijk verwijst in dit verband naar de klachten die in de onderdelen 3 en 4 al zijn aangevoerd. Om de genoemde redenen valt evenmin in te zien waarom bij de periodieke aansluitbijdrage sprake zou zijn van "aanvullende" kosten, zoals het hof in rov. 6.12 (evenals in rov. 6.10.1.2) overweegt.
konworden overeengekomen. Zoals volgt uit rov. 6.10.1.2 en 6.11.3 had dat volgens het hof wel gekund mits Ennatuurlijk op dat punt duidelijk was geweest jegens de bewoners.
subonderdeel 5cis rechtens onjuist, althans zonder nadere motivering niet begrijpelijk de kwalificatie van de aansluitovereenkomst als overeenkomst van opdracht (rov. 6.8) (en daarop voortbouwend ook de kwalificatie van de eenmalige kosten als loon). Deze zou kwalificeren als aanneming van werk (art. 7:750 BW Pro).
onderdeel 6eveneens.