Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Bewindvoerderskantoor [bewindvoerderskantoor] B.V.,
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De beoordeling
- nu de beschermingsbewindvoerder niet van tevoren door de rechtbank is medegedeeld welke stukken ontbraken, welke gegevens zij had kunnen aanvullen, heeft de rechtbank ten onrechte de zitting niet aangehouden voor het indienen van nadere gegevens, zodat zij daarmee vervolgens wel een onderbouwde beslissing had kunnen nemen;
- zowel bureau schuldhulpverlening als [appellante 2] hebben aangegeven dat zij eind november 2016 een herstelbrief van de rechtbank hebben ontvangen, doch de rechtbank heeft ten onrechte deze brief niet ook naar de beschermingsbewindvoerder gezonden;
- de kredietovereenkomst met ABN-AMRO van 4 december 2006 ten bedrage van
- omdat [appellante 2] de regels niet kende en niemand haar daarover had geïnformeerd, wist zij niet dat het van belang was voor de SVB dat zij een inkomen uit werk had; de schuld aan SVB is derhalve niet gebaseerd op verwijtbaar gedrag;
- bureau schuldhulpverlening wist niet dat sprake was van psychisch/sociale problematiek, zodat zij om die reden nooit hebben gevraagd om een rapport en dit derhalve ook niet hebben kunnen indienen;
- door zowel maatschappelijk werk als de gemeente is bevestigd dat er een WMO aanvraag is gedaan voor [appellante 2] voor individuele ondersteuning voor dagelijkse zaken, post, bezoeken aan instanties etc.;