Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/04/122904/HAZA 13-151)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep;
- de memorie van grieven (met 40 producties);
- de memorie van antwoord;
- het pleidooi, waarbij beide partijen een pleitnota hebben overgelegd;
- de bij brieven van 3 en 6 maart 2017 door [appellant] toegezonden producties (producties 41 t/m 46 en 47 t/m 57), die bij het pleidooi bij akte in het geding zijn gebracht.
3.De beoordeling
“(...) Bij verstrekking van deze lening is afgesproken dat dat alle geleende betalingen aan partij 2 (door partij 1) terug betaald worden voor 1-03-2010 met vergoedingen (…). Alle verdere lopende zaken vanaf dec 2004 (..) zullen door partij 2 voor 1-04-2010 afgehandeld dienen te worden zowel [enig aandeelhouder en bestuurder was van BUVA B.V.] en [statutair directeur van BUVA B.V.] (partij 2) zullen hier voor privé en zakelijk garant staan. (..)”
”(..) Momenteel wordt onderhandeld met een Duits fonds over overname dan wel deelname danwel financiering. Daarnaast zijn we ook bezig om de koopprijzen zelf betaald te krijgen; in mijn gesprek gisteren met advokaat [Duitse advocaat] wordt die kans van slagen iedere dag groter, de mensen waar we mee onderhandelen zijn zeer serieus. Een van de twee bovengenoemde opties gaat in ieder geval door. (…)”
“Herr [enig aandeelhouder en bestuurder was van BUVA B.V.] hat uns gebeten, Ihnen die Vorstellung anlässlich der Gründung einer Projektgesellschaft und der Übernahme der Kaufverträge darzulegen. In der gemeinsamen Besprechung am 04.05.2011 bestand Einigkeit, dass vor Ort eine Projektgesellschaft gegründet werden soll. Die neu gegründete Gesellschaft soll die Verträge, die Buva B.V. mit diversen Verkäufern (..) abgeschlossen hat, übernehmen. Sie haben seinerzeit erklärt, dass die Investoren 94% der Gesellschäftsanteile übernehmen sollen, die restlichen 6% Anteile sollen bei Hernn [enig aandeelhouder en bestuurder was van BUVA B.V.] verbleiben. Im termin vom 04.05.2011 wurde auch zugesagt, dass die neue Gesellschaft, die bisher von der Fa. Buva B.V. bzw Herrn [enig aandeelhouder en bestuurder was van BUVA B.V.] persönlich getätigten Aufwendungen von rund 5 Millionen übernimmt bzw an Fa. Buva B.V. und Hernn [enig aandeelhouder en bestuurder was van BUVA B.V.] erstattet. (…)”
“(…) Wir sind in Kalenderwoche 12/2012 mit den zuständigen Damen und Herren des • Bayerischen Wirtschaftsministeriums/Forderung • Regierungspräsidium Oberfranken • Vertretern des Bayerischen Landtags in eine Gespächsrunde. Dort köntte theoretisch der Ferienpark [plaats] thematisch angesprochen werden. Wir werden dies jedoch nicht ohne ausdrückliche Mandatierung tätigen. (…)”
“(…) zum Projekt Feriendorf [plaats] ist der derzeitige Sach- und Planungsstand wie folgt: Am 23. Mai 2012 wurde die [Feriendorf] GmbH mit Sitz in [plaats] errichtet, die das Projekt gemeinsam mit einem Kooperationspartner, der [Kooperationspartner] GmbH mit Sitz in [vestigingsplaats] , durchführen will. (…) Die [Feriendorf] GmbH wird daher nun die gesamten Flächen erwerben. Hierzu sollen die bestehenden Kaufverträge aufgehoben und neue Kaufverträge geschlossen werden. Dabei wird auch für die [Feriendorf] GmbH ein Rücktrittsrecht für die oben genannten Fälle vereinbart werden, also für den Fall, dass die baurechtliche Zulässigkeit nicht bis spätestens 30. Juni 2013 eintritt oder die vereinbarten Mindestverkaufszahlen nicht erreicht werden. (..) Damit hängt die Verwirklichung des Projektes - baurechtliche Zulässigkeit vorausgesetzt – im wesentlichen davon ab, dass innerhalb der festgesetzte Zeiträume jeweils eine ausreichende Zahl von Häusern verkauft wird. (…)”
- dat een vordering op die grondslag is verjaard;
- dat [appellant] die vordering, gezien het bepaalde in art. 3:51 lid 2 BW Pro mede tegen de curator in het faillissement van BUVA had dienen in te stellen; voor zover hij dat bij brief van 9 maart 2016 (prod. 43 [appellant] bij pleidooi) alsnog op de voet van art. 3:50 lid 1 BW Pro heeft beoogd te doen, is dat in elk geval te laat;
- dat op de subsidiaire grondslag Duits recht van toepassing is;
- dat het Duitse recht geen equivalent kent van de Nederlandse Pauliana ex art. 3:45; het Duitse recht kent alleen de faillissementspauliana die alleen door de curator kan worden ingesteld;
- dat er geen sprake is van een rechtshandeling;