ECLI:NL:HR:2001:AD2684
Hoge Raad
- Cassatie
- P. Neleman
- R. Herrmann
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- J.B. Fleers
- H.A.M. Aaftink
- Rechtspraak.nl
Toelaatbaarheid individuele onrechtmatige daadvordering van schuldeiser tegen bestuurder en derde bij faillissement
In deze zaak vordert eiser betaling van een bedrag dat hem toekomt op grond van een eerder vonnis tegen een gefailleerde vennootschap, Holland Yacht Sales B.V. (HYS). Eiser stelt dat verweerders onrechtmatig hebben gehandeld door activa van HYS weg te sluizen en zo zijn verhaalsmogelijkheden te benadelen. De rechtbank verklaarde eiser niet-ontvankelijk wegens het lex specialis-karakter van de Faillissementswet en wees de vordering tegen een van de verweerders af wegens onvoldoende onderbouwing.
Het hof bekrachtigde dit oordeel, stellende dat individuele schuldeisers niet zelf een onrechtmatige daadvordering kunnen instellen tegen bestuurders of derden die schade aan de failliete boedel toebrengen, omdat dit de paritas creditorum zou verstoren. De Hoge Raad vernietigt dit arrest en oordeelt dat de bevoegdheid van de curator om namens schuldeisers op te treden niet exclusief is. Schuldeisers kunnen ook zelf hun vordering instellen, tenzij dit de faillissementsafwikkeling verstoort.
De Hoge Raad benadrukt dat in dit geval geen verstoring van de paritas creditorum optreedt en dat geen wettelijke grondslag bestaat om individuele vorderingen te verbieden. De zaak wordt terugverwezen voor verdere behandeling. Hiermee wordt een belangrijke grens getrokken in het faillissementsrecht en het recht op schadevergoeding uit onrechtmatige daad.
Uitkomst: De Hoge Raad oordeelt dat individuele schuldeisers zelf onrechtmatige daadvorderingen tegen bestuurders en derden kunnen instellen en verwijst de zaak terug voor verdere behandeling.