Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
5.Het verloop van de procedure
- het tussenarrest van 6 september 2016;
- het proces-verbaal van comparitie van partijen van 6 december 2016.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
In deze civiele arbeidsrechtelijke zaak stond de vergoeding van schoolkosten voor de kinderen van appellant centraal. Het hof bevestigde dat de afspraak over schoolkosten onderdeel uitmaakt van de arbeidsovereenkomst en dat partijen zich jegens elkaar als goed werknemer en goed werkgever moeten gedragen.
Het hof oordeelde dat het volledig staken van de vergoeding voor schoolkosten door EIPA onredelijk was, vooral gezien het voorstel om tot een maximum van €8.000 per jaar te blijven vergoeden. Tegelijkertijd werd erkend dat de keuze voor een duurdere internationale school een bewuste ouderlijke keuze is, waarbij overleg met de werkgever over financiële consequenties verwacht mag worden.
Het hof veroordeelde EIPA tot betaling van een vergoeding van €8.000 voor het schooljaar 2014/2015, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 6 oktober 2015, en tot voortzetting van vergoeding van schoolgeld voor tweetalig Nederlands middelbaar onderwijs vanaf schooljaar 2015/2016. Kosten voor bijkomende onderwijsbegeleiding werden niet toegewezen. Proceskosten werden gecompenseerd tussen partijen.
Uitkomst: EIPA is veroordeeld tot gedeeltelijke vergoeding van schoolkosten voortgezet onderwijs en betaling van achterstallige bedragen met rente.