Uitspraak
Arrest van de economische kamer van het gerechtshof 's-Hertogenbosch
[verdachte] ,
‘criminal charge’in de zin van artikel 6 EVRM Pro en moet worden gelijkgesteld aan in het strafrecht op te leggen sancties.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
De verdachte werd vervolgd voor het verrichten van taxivervoer zonder vergunning op 26 oktober 2013. Eerder had de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) aan de verdachte een last onder dwangsom opgelegd vanwege dezelfde overtreding, welke dwangsom door verdachte was verbeurd.
De verdediging voerde aan dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk verklaard moest worden wegens schending van het ne bis in idem-beginsel, aangezien verdachte al een sanctie had ondergaan voor hetzelfde feit. Het hof onderzocht deze stelling aan de hand van de rechtspraak van de Hoge Raad, met name de alcoholslot-uitspraak van 3 maart 2015, waarin een vergelijkbare situatie werd beoordeeld.
Het hof concludeerde dat de strafvervolging en de procedure tot het verbeuren van de dwangsom hun oorsprong vinden in hetzelfde feit en dat de sancties vergelijkbaar zijn, waardoor dubbele vervolging plaatsvindt. Dit is in strijd met het beginsel van een goede procesorde en het ne bis in idem-beginsel. Daarom verklaarde het hof het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de strafvervolging en vernietigde het het vonnis waarvan beroep.
Uitkomst: Het openbaar ministerie is niet-ontvankelijk verklaard in de strafvervolging wegens schending van het ne bis in idem-beginsel.