In deze civiele arbeidsrechtelijke zaak vordert de werknemer betaling van een onbetaald gebleven gedeelte van zijn nettoloon. De werkgever voert verweer dat dit bedrag contant is voldaan, maar beschikt niet over kwitanties en kan de contante betalingen onvoldoende onderbouwen.
De kantonrechter wees de vordering toe, omdat de door de werkgever overgelegde WhatsApp-berichten en andere stukken geen bewijs vormen van contante betalingen. In hoger beroep staat de vraag centraal wie de bewijslast draagt en of de werkgever voldoende bewijs heeft geleverd.
Het hof oordeelt dat de werkgever de bewijslast draagt en dat het overzicht van betalingen onvoldoende is onderbouwd, mede omdat het geen details bevat over datum, plaats en wijze van betaling. Ook telefoongesprektranscripten bieden geen bewijs van contante betalingen.
Wel acht het hof drie specifieke contante betalingen, ondersteund door schriftelijke verklaringen van getuigen, voldoende onderbouwd. Daarom wordt de werkgever toegelaten tot bewijslevering omtrent deze betalingen. Voor het overige wordt het verweer verworpen en blijft de vordering van de werknemer grotendeels in stand.
Het hof bepaalt nadere procedurele stappen voor het horen van getuigen en houdt verdere beslissingen aan.