Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
,
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/03/207133/ HA ZA 15-320)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep;
- de memorie van grieven met producties;
- de memorie van antwoord met producties.
3.De beoordeling
"financiering pand [adres] [plaats] "(productie 4 inleidende dagvaarding).
"De rechtbank is voorts - ten overvloede - van oordeel dat ook indien zou moeten worden aangenomen dat [appellant] erfgenaam is, niet kan worden vastgesteld dat hij enig recht jegens de curator geldend kan maken op grond van de gestelde hypothecaire zekerheid. [appellant] heeft immers ter comparitie verklaard dat zijn broer [voornaam broer 1 van appellant anders geschreven][ [broer van appellant 1] ]
de nalatenschappen heeft 'afgehandeld',
maar heeft niet heeft gesteld dat hem daarbij enig recht ter zake die lening en de daaraan gekoppelde hypothecaire zekerheid is toegedeeld".
"Inmiddels staat wel vast dat een bedrag ad fl.250.000,-- door de - inmiddels overleden - ouders van de bestuurder op de derdengeldenrekening van de notaris is gestort en is de curator in het bezit van een hypotheekakte, waaruit blijkt dat de ouders aan de gefailleerde vennootschap een bedrag ad fl.250.000,- hebben geleend, tot meerdere zekerheid van de terugbetaling daarvan een hypotheekrecht is gevestigd op de onroerende zaak (…)".
4.De uitspraak
3 oktober 2017teneinde de curator in de gelegenheid te stellen advocaat te doen stellen;
17 oktober 2017het aantal getuigen en de verhinderdata van partijen zelf, hun advocaten en de getuige(n) kan opgeven voor de periode van 4 tot 12 weken na de datum van dit arrest;