ECLI:NL:GHSHE:2017:4515
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep mishandeling door voormalige partner met vordering schadevergoeding
Partijen zijn van 2008 tot 2011 gehuwd geweest en hebben een dochter met een omgangsregeling. De omgangsregeling leidde tot conflicten en meerdere procedures. Appellante stelt slachtoffer te zijn van mishandeling door geïntimeerde op 1 november 2014, toen zij 20 weken zwanger was. Zij beschrijft ernstige lichamelijke en psychische gevolgen en vordert materiële en immateriële schadevergoeding.
De kantonrechter wees de vordering af wegens onvoldoende onderbouwing. In hoger beroep richt appellante zich op het incident van 1 november 2014 en overlegt een brief van haar huisarts ter onderbouwing van het letsel en de psychische schade. De eerdere mishandeling van 2012 wordt niet verder behandeld.
Geïntimeerde betwist de mishandeling en schade. Het hof constateert dat tegen geïntimeerde een strafrechtelijke veroordeling is uitgesproken voor mishandeling van appellante op 2 juli 2015, en dat beroep in cassatie loopt. Het hof stelt partijen in de gelegenheid nadere informatie over de strafzaak te verstrekken en houdt de zaak aan voor verdere beslissing.
Het hof benadrukt dat partijen vanwege hun gezamenlijke ouderschap verbonden blijven en moedigt aan tot onderlinge regeling. De zaak wordt verwezen naar de rol voor het indienen van stukken over de strafzaak en een eventuele reactie van appellante.
Uitkomst: Het hof houdt de zaak aan voor nadere informatie over de strafzaak en verwijst de zaak naar de rol voor het indienen van stukken.