Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
Onderzoek ter zitting
Beslissing
verklaarthet hoger beroep gegrond;
vernietigtde uitspraak van de Rechtbank, doch uitsluitend voor wat betreft de beslissing omtrent de dwangsombeschikking;
-
steltde door de Heffingsambtenaar verschuldigde dwangsom wegens niet tijdig beslissen op bezwaar vast op € 1.260;
-
gelastdat de Heffingsambtenaar aan belanghebbende het door deze ter zake van de behandeling van het beroep bij de Rechtbank en het hoger beroep bij het Hof betaalde griffierecht ten bedrage van, in totaal, € 170 vergoedt; en
-
veroordeeltde Heffingsambtenaar in de kosten van het bezwaar en van het geding bij de Rechtbank en het Hof aan de zijde van belanghebbende, vastgesteld op in totaal € 1.977.
Gronden
2. Heeft de Heffingsambtenaar de dwangsom wegens niet tijdig beslissen geformaliseerd in een beschikking?
3. Heeft belanghebbende recht op vergoeding van de kosten voor rechtskundige bijstand in de bezwaar- en beroepsfase?
Belanghebbende stelt in hoger beroep kort samengevat, dat de beslissing van de Rechtbank betreffende de aanslagen onjuist is, omdat de Heffingsambtenaar terzake van een onjuiste objectafbakening niet de vrijheid heeft om, na vernietiging van de oorspronkelijke aanslagen, nieuwe aanslagen op te leggen. Belanghebbende is van mening, dat de Heffingsambtenaar, nadat hij in eerste instantie het object te ruim heeft afgebakend, alleen de weg mocht bewandelen van de verlaging van de oorspronkelijke aanslagen. De oplegging van nieuwe aanslagen, nadat de oorspronkelijke aanslagen waren vernietigd, behoort niet tot de mogelijkheden, zo stelt belanghebbende.
kan(
cursivering Hof) de afbakening van het belastingobject in bezwaar of beroep door de gemeente of de belastingrechter worden aangepast, zodanig dat de aanslag nog slechts betrekking heeft op één - op de juiste wijze afgebakend - belastingobject. Daarbij dient zo nodig de waarde van het object te worden verlaagd.”
cassatie is gericht.