ECLI:NL:HR:2002:AD5341
Hoge Raad
- Cassatie
- E. Korthals Altes
- L. Monné
- P.J. van Amersfoort
- J.W. van den Berge
- A.R. Leemreis
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad herziening jurisprudentie over afbakening belastingobject onroerendezaakbelasting
Belanghebbende exploiteerde een petrochemisch complex dat verweven was met een raffinaderij van een derde partij. Voor het belastingjaar 1988 werd een aanslag onroerendezaakbelasting opgelegd door de gemeente Rotterdam, die na bezwaar door de directeur werd verminderd. Het hof vernietigde deze uitspraak en stelde een lagere aanslag vast, maar hield onterecht bepaalde objecten in het belastingobject.
De Hoge Raad oordeelt dat de jurisprudentie omtrent fouten in de afbakening van het belastingobject bij de onroerendezaakbelasting moet worden herzien. Waar voorheen een fout in afbakening leidde tot vernietiging van de gehele aanslag, is nu toegestaan dat in bezwaar of beroep de aanslag wordt aangepast zodat deze slechts betrekking heeft op het juiste belastingobject, inclusief een eventuele waardeverlaging.
Daarnaast oordeelt de Hoge Raad dat het hof onvoldoende heeft gemotiveerd welke uitleg van het Convenant omtrent vrijstelling van bepaalde leidingen en kabels juist is. Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest en verwijst de zaak naar het gerechtshof Amsterdam voor verdere behandeling, met inachtneming van dit arrest.
De gemeente Rotterdam wordt veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en de proceskosten van belanghebbende in cassatie.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en wijzigt de jurisprudentie door aanpassing van de aanslag in bezwaar of beroep toe te staan, met verwijzing naar het gerechtshof Amsterdam.