ECLI:NL:GHSHE:2017:5448
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging tussentijdse beëindiging schuldsaneringsregeling wegens niet-nakoming verplichtingen
Appellante was toegelaten tot de schuldsaneringsregeling, maar de rechtbank beëindigde deze tussentijds omdat zij haar verplichtingen niet nakwam en de uitvoering van de regeling belemmerde. De rechtbank baseerde dit op onder meer het niet naleven van de sollicitatieplicht, het verzwegen strafrechtelijk verleden en het niet voldoen aan informatieverplichtingen.
In hoger beroep voerden appellante en haar bewindvoerder aan dat haar psychische gesteldheid was verslechterd door zwangerschap en persoonlijke omstandigheden, waardoor zij niet kon voldoen aan de verplichtingen. Tevens stelde appellante dat zij de strafzaak wel had besproken en dat zij niet verwijtbaar had gehandeld.
Het hof oordeelde dat de beschermingsbewindvoerder niet-ontvankelijk is omdat het hoger beroep geen daad van beschikking over de onder bewind staande goederen inhoudt. Het hof bevestigde dat appellante haar verplichtingen niet nakwam, onvoldoende bewijs leverde voor haar psychosociale problematiek, en een verkeerde voorstelling van zaken gaf bij toelating. Het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank en wees het hoger beroep van de beschermingsbewindvoerder af.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling van appellante en verklaart het hoger beroep van de beschermingsbewindvoerder niet-ontvankelijk.