Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
- Een factuur van [N] van 31 december 2009 ter zake van werkzaamheden op 18, 19, 23, 24, 28, 29 december 2009;
- Een factuur van [N] van 26 januari 2010, ter zake van werkzaamheden op 19 en 20 januari 2010;
- Een factuur van [N] van 31 januari 2010 ter zake van werkzaamheden op 20 januari 2010;
- Een factuur van [N] van 22 februari 2010, ter zake van werkzaamheden op 9 en 19 februari 2010;
- Een factuur van [N] van 28 februari 2010, ter zake van werkzaamheden op 23 en 26 februari 2010;
- Een factuur van [N] van 7 april 2010, ter zake van werkzaamheden op 1 en 2 april 2010;
- Een factuur van [N] van 30 april 2010, ter zake van werkzaamheden op 22 april 2010;
- Een factuur van [N] van 31 mei 2010, ter zake van werkzaamheden op 31 mei 2010;
- Een factuur van [O] BV van 22 januari 2010 ter zake van werkzaamheden op 18, 19 en 20 januari, en
- Een factuur van [O] BV 1 april 2010 ter zake van werkzaamheden op 9 februari 2010, 22 maart 2010 en 26 maart 2010.
3.Geschil, alsmede standpunten en conclusies van partijen
4.Gronden
5.Beslissing
- vernietigtde uitspraak van de Rechtbank,
- verklaarthet tegen de uitspraak van de Heffingsambtenaar bij de Rechtbank ingestelde beroep gegrond,
- vernietigtde uitspraak van de Heffingsambtenaar,
- vermindertde aanslag tot een bedrag van € 900.000,
- gelastdat de Heffingsambtenaar aan belanghebbende het door deze ter zake van de behandeling van het beroep bij de Rechtbank en het hoger beroep bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden betaalde griffierecht ten bedrage van, in totaal, € 788 vergoedt, en
- veroordeeltde Heffingsambtenaar in de kosten van het geding bij de Rechtbank, het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden en het Hof aan de zijde van belanghebbende, vastgesteld op, in totaal, € 2.917,50.