Belanghebbende B.V. was tegen een aanslag zuiveringsheffing voor het jaar 2009 in bezwaar en beroep gegaan. Na bevestiging van de aanslag door de Rechtbank en het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, stelde belanghebbende cassatie in bij de Hoge Raad. De Hoge Raad vernietigde het arrest en verwees de zaak terug naar het Gerechtshof 's-Hertogenbosch voor nader onderzoek.
De kern van het geschil betrof de hoeveelheid vloeibare meststof Urean30 die in het gemeenteriool was terechtgekomen en vervolgens het zuiveringstechnisch werk had bereikt. Het Hof stelde vast dat belanghebbende onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat een deel van de meststof niet het zuiveringstechnisch werk had bereikt. Wel erkende het Hof onzekerheden over de exacte hoeveelheid die het zuiveringstechnisch werk had bereikt en stelde de aanslag daarom in goede justitie vast op €900.000.
Daarnaast oordeelde het Hof dat belanghebbende recht had op vergoeding van het betaalde griffierecht van in totaal €788 en een tegemoetkoming in proceskosten van €2.917,50. De uitspraak van de Rechtbank en de Heffingsambtenaar werden vernietigd en het hoger beroep van belanghebbende gegrond verklaard.