Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het verloop van de procedure
- de rolbeslissing van 5 september 2017;
- de akte uitlaten van [appellant] ;
- de akte uitlating van Weller Wonen.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
In deze civiele zaak staat centraal wie als formele procespartij moet optreden in een procedure over een geldvordering betreffende herstel- en reparatiekosten die betrekking hebben op onderbewindgestelde goederen van appellant.
In eerste aanleg werd appellant door Weller Wonen gedagvaard, maar de kantonrechter wees de bewindvoerder aan als formele procespartij. Appellant stelde zich op het standpunt dat hij zelf ook bevoegd was om in hoger beroep op te treden, mede omdat de bewindvoerder hem toestemming had gegeven.
Het hof overweegt dat op grond van artikel 1:441 BW Pro alleen de bewindvoerder gerechtigd is om namens de onderbewindgestelde in rechte op te treden voor vorderingen die het onderbewindgestelde vermogen betreffen. Het feit dat appellant toestemming heeft gekregen verandert hier niets aan.
Het hof geeft appellant de gelegenheid om aan te tonen dat de bewindvoerder de procedure als formele procespartij overneemt. Voor verdere beslissing wordt de zaak aangehouden.
Uitkomst: Het hof houdt de zaak aan en stelt appellant in de gelegenheid om aan te tonen dat de bewindvoerder de procedure als formele procespartij overneemt.