Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
3.Geschil, alsmede standpunten en conclusies van partijen
4.Gronden
5.Beslissing
bevestigtde uitspraak van de Rechtbank.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Belanghebbende exploiteert een horecagelegenheid waar zowel maaltijden als alcoholhoudende dranken worden geserveerd. De kern van het geschil betreft de vraag of op de alcoholhoudende dranken het verlaagde btw-tarief van 6% of het hoge tarief van 21% van toepassing is.
De Rechtbank Zeeland-West Brabant had het beroep van belanghebbende ongegrond verklaard en het verlaagde tarief verworpen. Het Hof neemt de feiten van de Rechtbank over en bevestigt dat de Nederlandse wetgeving, in lijn met de Btw-richtlijn, het mogelijk maakt om voor alcoholhoudende dranken het hoge tarief toe te passen, ook indien deze worden geserveerd in het kader van een restaurantdienst.
Het Hof wijst erop dat de Btw-richtlijn expliciet toestaat om binnen één restaurantdienst verschillende btw-tarieven te hanteren, waarbij alcoholhoudende dranken zijn uitgesloten van het verlaagde tarief. Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de Rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt dat het hoge btw-tarief van 21% van toepassing is op alcoholhoudende dranken in de horecagelegenheid.