Uitspraak
GERECHTSHOF ̓s-HERTOGENBOSCH
1.[erfgename 1] ,
2.[erfgename 2] ,
8.Het verdere verloop van het geding
- het tussenarrest van 10 mei 2016;
- de akte van de advocaat van [erfgenamen] van 7 juni 2016;
- de akte van [appellante] van 28 juni 2016;
- de beslissing van het hof van 28 juni 2016 op de schorsing van het geding ex artikel
- de akte van de advocaat van [erfgenamen] van 26 juli 2016;
- de akte van [appellante] van 26 juli 2016;
- het exploot van oproeping van [erfgename 1] en [erfgename 2] van 28 september 2016;
- de beslissing van het hof van 1 november 2016 ex artikel 227 lid 1 sub b Rv Pro tot hervatting van het geding op naam van [erfgename 1] en [erfgename 2] ;
- de akte na tussenarrest van [erfgename 1] van 29 november 2016;
- de antwoordakte van [appellante] van 27 december 2016 met producties.
9.De verdere beoordeling
- de opdracht van het hof aan [erfgenamen] om bij akte de saldi van de aan hem toebedeelde bankrekeningen met de nummers [bankrekeningnummer 1] en [bankrekeningnummer 2] per 8 mei 2013, voorzien van afschriften waar die saldi uit blijken, kenbaar te maken (r.o. 6.7),
- de mogelijkheid voor [erfgenamen] om bij akte aan te geven welke waarde de totale inboedel per peildatum had en welk aandeel in die waarde ieder van hen inmiddels heeft verkregen (r.o. 6.12).