Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
3.Geschil, alsmede standpunten en conclusies van partijen
4.Gronden
5.Beslissing
- verklaart het hoger beroep ongegrond, en
- bevestigt de uitspraak van de Rechtbank.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Belanghebbende, een stamrecht-B.V., ontving een ontbindingsvergoeding van €352.500 na ontbinding van de arbeidsovereenkomst van haar DGA met diens ex-werkgever vanwege een verstoorde arbeidsrelatie. De kantonrechter kende deze vergoeding toe met een C-factor van 2,5 volgens de kantonrechtersformule.
De Inspecteur kwalificeerde de gehele vergoeding als belast loon, waarop belanghebbende bezwaar maakte en vervolgens beroep instelde. De Rechtbank oordeelde dat €100.000 van de vergoeding onbelast dient te blijven, omdat dat deel onvoldoende verband houdt met de dienstbetrekking, en verlaagde de naheffingsaanslag dienovereenkomstig.
Het Hof sluit zich aan bij de Rechtbank en bevestigt dat het onbelaste deel van €100.000 niet te laag is vastgesteld. Het Hof overweegt dat het verband tussen de vergoeding en de dienstbetrekking hoofdzakelijk aanwezig is, maar erkent dat een deel strekt tot betering van eer en goede naam. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de Rechtbank bevestigd.
Daarnaast oordeelt het Hof dat geen vergoeding van griffierecht of proceskosten aan belanghebbende toekomt. Tegen deze uitspraak staat cassatie open bij de Hoge Raad binnen zes weken na verzending.
Uitkomst: Het Hof verklaart het hoger beroep ongegrond en bevestigt dat €100.000 van de ontbindingsvergoeding onbelast blijft.