ECLI:NL:GHSHE:2017:90
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing herzieningsverzoek WOZ-waarde woning wegens wateroverlast
Belanghebbende is eigenaar van een woning waarvan de WOZ-waarde per 1 januari 2003 was vastgesteld op €394.000. Na bezwaar en beroep stelde de Rechtbank de waarde vast op €365.938, rekening houdend met waardevermindering door grondwaterproblemen. Belanghebbende verzocht later om herziening van deze uitspraak, stellende dat extra wateroverlast door een wijk uit de jaren 1980-1990 niet was meegenomen.
De Rechtbank wees het herzieningsverzoek af omdat de extra wateroverlast en andere omstandigheden vóór de uitspraak bekend of redelijkerwijs bekend hadden kunnen zijn, en het verzoek feitelijk een hernieuwde discussie over reeds bekende feiten betrof. Het Gerechtshof bevestigde dit oordeel na hoger beroep, overwegende dat de voorwaarden uit artikel 8:119 Awb Pro voor herziening niet waren vervuld.
Belanghebbende voerde aan dat de wateroverlast aanzienlijk was toegenomen en dat de WOZ-waarde zelfs op nul gesteld zou moeten worden, maar het Hof achtte dit onvoldoende als grond voor herziening. Ook het argument dat de verzekeraar in 2015 de verzekering had opgezegd, was niet relevant omdat dit na de uitspraak had plaatsgevonden.
Het Hof wees het hoger beroep af, bevestigde de uitspraak van de Rechtbank en besloot dat geen vergoeding van griffierecht of proceskosten aan belanghebbende toekomt. De uitspraak werd gedaan door drie rechters en is openbaar.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de afwijzing van het herzieningsverzoek wordt bevestigd.