Uitspraak
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
's-Hertogenbosch
[verdachte] ,
- Waar proceskosten zijn gevorderd dienen deze niet als materiële schade te worden beoordeeld maar als proceskosten. Bovendien dient de schadevergoedingsmaatregel niet te worden toegewezen over de proceskosten.
- Vordering [aangever 4]: de benadeelde partij heeft rente gevorderd, maar deze is door de rechtbank niet toegewezen. Deze kan in hoger beroep niet meer worden meegenomen.
- Vordering [aangever 1]: de kosten voor het eigen risico van de rechtsbijstand zijn blijkens de stukken kosten die gemaakt zijn voor bemiddeling van schulden. Die kosten zijn derhalve niet aan te merken als kosten rechtsbijstand, maar als materiële schade.
- Voor zover de vervangende hechtenis bij de op te leggen schadevergoedingsmaatregel vervangende hechtenis de maximumduur van een jaar overschrijdt is gevorderd dat deze naar rato verminderd dient te worden.
- [aangever 4]: Aangever is alléén naar de telefoonwinkel gelopen. Er is geen sprake van bedreiging met geweld of het toepassen van geweld, zodat van afpersing geen sprake is. [aangever 4] nam vervolgens € 500,00 aan toen hij het goed had afgegeven. Van enig oplichtingsmiddel is derhalve evenmin sprake. Vervolgens heeft [aangever 1] ‘geregeld’.
- [aangever 1]: Aangever is benaderd door [aangever 4] en niet door verdachte. Bovendien was geen sprake van geweld of bedreiging met geweld. De rol van verdachte is onvoldoende om hem aan te merken als medepleger van afpersing. [aangever 1] nam uiteindelijk € 700,00 aan. Van enig oplichtingsmiddel is geen sprake zodat geen bewezenverklaring ter zake van oplichting kan volgen.
- [aangever 5] :Aangever is benaderd door [medeverdachte 2] . Van enige bedreiging door verdachte is geen sprake geweest volgens aangever. [medeverdachte 2] liep de eerste dag met aangever mee. De tweede dag liep verdachte mee, maar aangever kwam wel terug, zodat onwaarschijnlijk is dat hij zich bedreigd voelde. De intellectuele en materiële bijdrage van verdachte is te gering om van medeplegen van afpersing te spreken.
- [aangever 6] :Aangever is benaderd door [medeverdachte 2] en [medeverdachte 2] liep met hem mee naar de telefoonwinkel. [aangever 6] nam € 200,00 aan voor het afsluiten van 6 abonnementen. De rol van verdachte was niet noemenswaardig en van geweld of bedreiging met geweld leek geen sprake, zodat vrijspraak dient te volgen van medeplegen van afpersing. Het door de rechtbank gebezigde schakelbewijs is onvoldoende voor een bewezenverklaring. Ook van oplichting was geen sprake, nu geen van de oplichtingsmiddelen aanwezig was, maar geld de reden was voor afgifte van de bij de telefoonabonnementen behorende telefoons.
- [aangever 7] :Verdachte heeft aangever niet op enigerlei wijze bedreigd geweld of geweld jegens aangever toegepast. De abonnementen zijn afgesloten uit angst voor [medeverdachte 1] . Verdachte dient van afpersing te worden vrijgesproken. Verdachte gaf bovendien geen opdracht om abonnementen af te sluiten en legde de gang van zaken niet uit; ook kwamen de telefoons niet bij hem terecht. Dit is van belang voor de beoordeling of sprake is van oplichting.
- [aangever 8] :Verdachte heeft aangever niet op enigerlei wijze bedreigd geweld of geweld jegens aangever toegepast. Verdachte was volgens aangever minimaal 1 dag en maximaal 3 dagen aanwezig bij het afsluiten van de abonnementen. De abonnementen zijn afgesloten uit angst voor [medeverdachte 1] en onduidelijk is of verdachte aanwezig was tijdens bedreigingen door [medeverdachte 1] . Verdachte dient van afpersing te worden vrijgesproken. Ten aanzien van de oplichting geldt dat verdachte niet het plan van aanpak uitlegde, maar enkel 1 dag met aangever meeliep. Hij genoot geen voordeel. De verdediging refereert zich aan het oordeel van het hof met betrekking tot de oplichting.
- [aangever 9] :De eerste dag is aangever omgepraat en was van intimidatie geen sprake. De intimidatie op de tweede dag was afkomstig van [medeverdachte 1] en niet van verdachte. De bijdrage van verdachte was dan ook te gering voor wat betreft het medeplegen van afpersing. Aangever nam bovendien € 250,00 aan en van één van de oplichtingsmiddelen genoemd in de tenlastelegging is geen sprake.
- [aangever 2] :Aangever is niet benaderd door verdachte. Verdachte was bovendien niet aanwezig toen [medeverdachte 1] aangever ophaalde. Van bedreiging met geweld of enige bijdrage van verdachte daaraan kan niet worden gesproken, zodat verdachte van medeplegen van afpersing dient te worden vrijgesproken. [aangever 2] is evenmin opgelicht; hij nam € 700,00 aan en is niet bewogen tot afgifte van telefoons door één van de genoemde oplichtingsmiddelen.
- [aangever 10]: Aangever is niet door verdachte benaderd. Hij is alléén naar de winkel gegaan voor het afsluiten van telefoonabonnementen en heeft niets verklaard over de bijdrage van verdachte aan de afpersing. [aangever 10] kreeg bovendien een financiële tegemoetkoming voor de auto die hij van [medeverdachte 1] kocht als beloning. Dat lijkt de reden te zijn geweest voor het afsluiten van telefoonabonnementen en niet de in de tenlastelegging genoemde oplichtingsmiddelen.
- [aangever 11]: De verklaringen van aangever zijn ongeloofwaardig. Niet blijkt dat verdachte enige bedreiging heeft geuit; verdachte is zelf slachtoffer volgens aangever. Van afpersing of oplichting lijkt geen sprake te zijn.
- [aangever 3]: Aangeefster ging mee met een vriendin en is niet benaderd. Zij had een relatie met [medeverdachte 1] en ging vrijwillig mee. Bovendien nam zij € 150,00 van [medeverdachte 1] aan. De rol van verdachte is niet noemenswaardig. Van afpersing is geen sprake. Ook is gen sprake van oplichting omdat de in de tenlastelegging genoemde oplichtingsmiddelen niet aan de rode zijn.
degene die een ander door dwang, geweld of een andere feitelijkheid of door dreiging met geweld of een andere feitelijkheid, door afpersing, fraude, misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht, door misbruik van een kwetsbare positie of door het geven of ontvangen van betalingen of voordelen om de instemming van een persoon te verkrijgen die zeggenschap over die ander heeft, werft, vervoert, overbrengt, huisvest of opneemt, met inbegrip van de wisseling of overdracht van de controle over die ander, met het oogmerk van uitbuiting van die ander of de verwijdering van diens organen;
degene die een ander met een van de onder 1° genoemde middelen dwingt of beweegt zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid of diensten of zijn organen beschikbaar te stellen dan wel onder de onder 1° genoemde omstandigheden enige handeling onderneemt waarvan hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat die ander zich daardoor beschikbaar stelt tot het verrichten van arbeid of diensten of zijn organen beschikbaar stelt;
degene die opzettelijk voordeel trekt uit de uitbuiting van een ander.
- de feiten dateren van de periode van 1 mei 2013 tot en met 28 augustus 2013;
- verdachte is in verzekering gesteld op 29 augustus 2013, waarna de voorlopige hechtenis is geschorst op 18 oktober 2013 tot aan de uitspraak van de rechtbank;
- in eerste aanleg vonden terechtzittingen plaats op 14 februari 2014, op 25 juni 2015 en 9 juli 2015;
- het vonnis van de rechtbank dateert van 23 juli 2015;
- verdachte heeft hoger beroep ingesteld op 3 augustus 2015;
- het dossier is bij het hof binnengekomen op 17 december 2015;
- de eerste zitting in hoger beroep vond plaats op 3 juli 2017;
- de inhoudelijke behandeling in hoger beroep vond plaats op 23 en 26 februari 2018, waarna het onderzoek is gesloten op 5 maart 2018;
- het arrest van het hof zal worden gewezen op 19 maart 2018.
- telefoonabonnementen € 3.247,50
- kosten aangetekende brieven € 52,68
€ 550,00
BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
320 (driehonderdtwintig) dagen.
270 (tweehonderdzeventig) dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van
2 (twee) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt of de verdachte gedurende de proeftijd van 2 (twee) jaren ten behoeve van het vaststellen van zijn/haar identiteit geen medewerking heeft verleend aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of geen identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van Pro de Wet op de identificatieplicht ter inzage heeft aangeboden of geen medewerking heeft verleend aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen, dan wel de hierna te noemen bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd.
Vordering van de benadeelde partij [aangever 7]
€ 150 (honderdvijftig euro) ter zake van materiële schade.
Vordering van de benadeelde partij [aangever 9]
Vordering van de benadeelde partij [aangever 8]
Vordering van de benadeelde partij [aangever 11]
€ 300 (driehonderd euro) ter zake van materiële schade.
Vordering van de benadeelde partij [aangever 6]
€ 200,61 (tweehonderd euro en eenenzestig cent) ter zake van materiële schade.
Vordering van de benadeelde partij [aangever 1]
€ 299,04 (tweehonderdnegenenegentig euro en vier cent) bestaande uit € 269,04 (tweehonderdnegenenzestig euro en vier cent) materiële schade en € 30,00 (dertig euro) immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Vordering van de benadeelde partij [aangever 2]
Vordering van de benadeelde partij [aangever 4]
€ 30 (dertig euro) ter zake van immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Vordering van de benadeelde partij [aangever 5]
€ 360,02 (driehonderdzestig euro en twee cent) bestaande uit € 330,02 (driehonderddertig euro en twee cent) materiële schade en € 30 (dertig euro) immateriële schade.
Vordering van de benadeelde partij [aangever 3]
€ 352,43 (driehonderdtweeënvijftig euro en drieënveertig cent) bestaande uit € 322,43 (driehonderdtweeëntwintig euro en drieënveertig cent) materiële schade en € 30 (dertig euro) immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Vordering van de benadeelde partij [aangever 10]
Vordering van de benadeelde partij [aangever 13]
€ 98,29 (achtennegentig euro en negenentwintig cent) ter zake van materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Vordering van de benadeelde partij [aangever 12]
€ 331,39 (driehonderdeenendertig euro en negenendertig cent) bestaande uit € 301,39 (driehonderdéén euro en negenendertig cent) materiële schade en € 30 (dertig euro) immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.