Uitspraak
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
's-Hertogenbosch
[verdachte] ,
- bewezen zal verklaren hetgeen aan de verdachte onder parketnummer 03-700479-16 onder 2 primair en onder parketnummer 03-866033-17 is ten laste gelegd;
- ter zake van de bewezen verklaarde feiten aan de verdachte een gevangenisstraf zal opleggen voor de duur van 30 maanden, waarvan 10 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van drie jaren en met aftrek van voorarrest;
- aan het voorwaardelijk op te leggen strafdeel dezelfde bijzondere voorwaarden zal verbinden als de rechtbank bij het beroepen vonnis heeft gedaan;
- de vordering van [benadeelde partij 1] zal toewijzen tot een bedrag van € 2.500,00 ter zake van de immateriële schade en tot een bedrag van € 385,00 ter zake van de materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel;
- de inbeslaggenomen knuppel en hamer verbeurd zal verklaren en de bewaring zal bevelen van het inbeslaggenomen mes.
hij op of omstreeks 9 oktober 2016 in de gemeente Heerlen en/of de gemeente Beek, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of meer anderen, althans alleen, telkens opzettelijk een minderjarige die de leeftijd van 12 jaren nog niet heeft bereikt, te weten [slachtoffer 1] (geboren op 13 april 2016), heeft/hebben onttrokken aan het wettig over voornoemde minderjarige gestelde gezag of aan het opzicht van degene die dat gezag desbevoegd over voornoemde minderjarige uitoefende (te weten [benadeelde partij 1] ), immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s) (in strijd met de afspraken en/of zonder medeweten en/of toestemming van [benadeelde partij 1] ), toen en daar tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, die minderjarige meegenomen (en aldus voornoemde minderjarige buiten het bereik en/of de invloedssfeer van die [benadeelde partij 1] gebracht en/of gehouden) en heeft/hebben hij en/of (een van) zijn mededader(s) daarbij een list en/of geweld en/of bedreiging met geweld gebezigd, immers heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(s):
hij op 9 oktober 2016 in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen opzettelijk een minderjarige die de leeftijd van 12 jaren nog niet heeft bereikt, te weten [slachtoffer 1] (geboren op 13 april 2016), heeft onttrokken aan het wettig over voornoemde minderjarige gestelde gezag van degene die dat gezag desbevoegd over voornoemde minderjarige uitoefende (te weten [benadeelde partij 1] ), immers heeft verdachte in strijd met de afspraken en zonder toestemming van [benadeelde partij 1] , toen en daar tezamen en in vereniging met anderen die minderjarige meegenomen en aldus voornoemde minderjarige buiten het bereik en de invloedssfeer van die [benadeelde partij 1] gebracht en gehouden en hebben hij en zijn mededaders daarbij geweld en bedreiging met geweld gebezigd, immers hebben hij, verdachte, en/of zijn mededaders:
De verklaring van de verdachte, zoals afgelegd ter terechtzitting in hoger beroep d.d. 8 januari 2018, voor zover – zakelijk weergegeven – inhoudende:
Het proces-verbaal van aangifte, doorgenummerde dossierpagina’s 244-250, voor zover – zakelijk weergegeven – inhoudende als verklaring van aangeefster [benadeelde partij 1] :
Het proces-verbaal van verhoor aangeefster, doorgenummerde dossierpagina’s 251-254, voor zover – zakelijk weergegeven – inhoudende als verklaring van aangeefster [benadeelde partij 2] :
Het proces-verbaal van aangifte, doorgenummerde dossierpagina’s 255-256, voor zover – zakelijk weergegeven – inhoudende als verklaring van aangever [benadeelde partij 3] :
Het proces-verbaal van uitkijken camerabeelden, doorgenummerde dossierpagina’s 8-21, voor zover – zakelijk weergegeven – inhoudende als relaas van [verbalisant 2] :
De beschikking van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Maastricht, d.d. 5 augustus 2016, doorgenummerde dossierpagina’s 200-202, voor zover – zakelijk weergegeven – inhoudende:
- het medeplegen van het met geweld en bedreiging met geweld onttrekken van [slachtoffer 1] aan het wettig over hem gesteld gezag;
- het in vereniging vernielen van een stalen toegangshek en een voordeur.
family coachingen dat hij thans meer openstaat voor begeleiding en behandeling.
BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
24 (vierentwintig) maanden.
6 (zes) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd,
- tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van
- de verdachte gedurende de proeftijd van 3 (drie) jaren ten behoeve van het vaststellen van zijn/haar identiteit geen medewerking heeft verleend aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of geen identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van Pro de Wet op de identificatieplicht ter inzage heeft aangeboden of
- geen medewerking heeft verleend aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen, dan wel de hierna te noemen bijzondere voorwaarde(n) niet heeft nageleefd.
- zich zal blijven melden bij Reclassering Nederland aan de Bredeweg 28 te Roermond, zo frequent en zolang de reclassering dit noodzakelijk acht;
- zich zal houden aan de aanwijzingen van de reclassering, ook indien dit inhoudt dat de veroordeelde zich ambulant zal laten behandelen door een zorginstelling of behandelaar voor forensisch psychiatrische zorg, zulks ter beoordeling van de reclassering, waarbij hij zich zal houden aan de aanwijzingen die hem in het kader van die behandeling zullen worden gegeven door of namens de instelling/behandelaar;
- geen contact zal opnemen, zoeken of hebben, in welke vorm dan ook, ook niet via derden, met [benadeelde partij 1] en [benadeelde partij 2] , zolang de reclassering dit noodzakelijk acht;
€ 2.500,00 (tweeduizend vijfhonderd euro) ter zake van immateriële schade, waarvoor de verdachte met de mededader(s) hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
€ 2.500,00 (tweeduizend vijfhonderd euro) als vergoeding voor immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door
35 (vijfendertig) dagen hechtenis, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.