Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
primair: het medeplegen van de ontvoering van [naam ontvoerd meisje] (hierna: [naam ontvoerd meisje] ) in de periode van 17 september 2016 tot en met 18 oktober 2016;
primair: het medeplegen van onttrekking aan het ouderlijk gezag van [naam ontvoerd meisje] in
subsidiair: medeplichtigheid aan voornoemde onttrekking aan het ouderlijk gezag in de periode van 29 september 2016 tot en met 18 oktober 2016.
3.Voorvragen
4.Waardering van het bewijs
conference callplaats tussen [naam vader] , [medeverdachte 4] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] waarin [naam vader] zijn probleem heeft voorgelegd. [medeverdachte 2] heeft informatie ontvangen en heeft die vervolgens doorgestuurd aan [medeverdachte 3] . Dit ‘startpakket’ bestond onder andere uit eerdere observatieverslagen, opgemaakt door Engelsen en Israëliers, en een begroting voor de kosten van de ontvoering, genaamd ‘ [naam document 2] ’ en opgemaakt door [medeverdachte 4] op 16 september 2016. [medeverdachte 3] heeft deze begroting verder aangepast. ‘ [naam document 3] ’ en ‘ [naam document 4] ’ zijn door [medeverdachte 3] opgemaakt op respectievelijk 16 en 20 september 2016.
Het is onze missie om 2 locaties van de familie vast te stellen en de beste tijd en plaats uit te zoeken teneinde [naam ontvoerd meisje] met haar vader te herenigen.”
non judicial’ vermeld staat. Daarnaast blijkt uit navraag bij de Indiase ambassade dat het document – ook in India – niet rechtsgeldig is. Dat de rechtbank Noord-Holland in het kader van de feitenvaststelling in een civiele zaak laatstgenoemde uitspraak heeft genoemd, doet hier niet aan af.
opportunity’ is verstuurd. De verklaring van verdachte, dat daarmee werd bedoeld een mogelijkheid om de moeder na de zitting te volgen om te kijken waar zij woonde, is ongeloofwaardig, omdat al duidelijk was waar zij verbleef. Daarnaast heeft verdachte een ongeloofwaardige verklaring gegeven voor het bericht ‘
we have her’, dat hij van [medeverdachte 2] heeft ontvangen na de ontvoering. Verdachte wist namelijk dat niemand de observatie over zou nemen.
5.Bewezenverklaring
- zich met een stroomstootwapen (taser) en tie-wraps naar de woning begeven alwaar [naam ontvoerd meisje] en [naam oma] en [naam tante] zich bevonden en
- zich toegang verschaft tot de woning en
- [naam oma] en [naam tante] vastgepakt en/of geslagen met die taser en
- toen en daar voornoemde [naam ontvoerd meisje] meegenomen uit de woning en
- dat stroomstootwapen (taser) tegen het lichaam van [naam buurman] gehouden en
- voornoemde [naam ontvoerd meisje] in de auto geplaatst en
- voornoemde [naam ontvoerd meisje] naar de woning van [medeverdachte 2] in het buitenland overgebracht
- een observatie uit te voeren bij de woning althans in de directe omgeving, van [naam ontvoerd meisje] en haar moeder [naam moeder] en
- op 29 september 2016 (in de ochtend) concrete informatie over de bewegingen van [naam moeder] door te geven aan medeverdachte.
6.De strafbaarheid van de feiten
7.De strafbaarheid van verdachte
8.Strafoplegging
9.Ten aanzien van de benadeelde partijen en de schadevergoedingsmaatregel
10.Toepasselijke wettelijke voorschriften
11.Beslissing
[verdachte], daarvoor strafbaar.
16 (zestien) maanden.
6 (zes) maanden, van deze gevangenisstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij later anders wordt gelast.