Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
primair: het medeplegen van de ontvoering van [naam ontvoerd meisje] (hierna: [naam ontvoerd meisje] ) in de periode van 17 september 2016 tot en met 18 oktober 2016 en
primair: het medeplegen van onttrekking aan het ouderlijk gezag van [naam ontvoerd meisje] in de periode van 29 september 2016 tot en met 28 maart 2019 en
subsidiair: medeplichtigheid aan voornoemde onttrekking aan het ouderlijk gezag in de periode van 29 september 2016 tot en met 18 oktober 2016.
3.Voorvragen
alvorenstoestemming daarvoor is verkregen, op voorwaarde dat geen vrijheidsbeperkende maatregel wordt opgelegd tijdens de vervolging of de berechting van dat feit. In deze zaak mocht verdachte worden vervolgd voor feit 2 ondanks dat er nog geen toestemming daartoe was van de Duitse autoriteiten. Toestemming moet immers slechts worden gevraagd en verkregen als een vrijheidsstraf ten aanzien van feit 2 ten uitvoer moet worden gelegd. Het verweer van de raadsman wordt verworpen.
4.Waardering van het bewijs
conference callplaats tussen [naam vader] , [medeverdachte 4] , [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] waarin [naam vader] zijn probleem heeft voorgelegd. [medeverdachte 3] heeft informatie ontvangen en heeft die vervolgens doorgestuurd aan [medeverdachte 2] . Dit ‘startpakket’ bestond onder andere uit eerdere observatieverslagen, opgemaakt door Engelsen en Israëliers, en een begroting voor de kosten van de ontvoering, genaamd ‘ [naam document 2] ’ en opgemaakt door [medeverdachte 4] op 16 september 2016. [medeverdachte 2] heeft deze begroting verder aangepast. ‘ [naam document 3] ’ en ‘ [naam document 4] ’ zijn door [medeverdachte 2] opgemaakt op respectievelijk 16 en 20 september 2016.
Het is onze missie om 2 locaties van de familie vast te stellen en de beste tijd en plaats uit te zoeken teneinde [naam ontvoerd meisje] met haar vader te herenigen.”
non judicial’ vermeld staat. Daarnaast blijkt uit navraag bij de Indiase ambassade dat het document – ook in India – niet rechtsgeldig is. Dat de rechtbank Noord-Holland in het kader van de feitenvaststelling in een civiele zaak laatstgenoemde uitspraak heeft genoemd, doet hier niet aan af.
5.Bewezenverklaring
- zich met een stroomstootwapen (taser) en tie-wraps naar de woning begeven alwaar [naam ontvoerd meisje] en [naam oma] en [naam tante] zich bevonden en
- zich toegang verschaft tot de woning en
- [naam oma] en [naam tante] vastgepakt en/of geslagen met die taser en
- toen en daar voornoemde [naam ontvoerd meisje] meegenomen uit de woning en
- dat stroomstootwapen (taser) tegen het lichaam van [naam buurman] gehouden en
- voornoemde [naam ontvoerd meisje] in de auto geplaatst en
- voornoemde [naam ontvoerd meisje] naar de woning van [medeverdachte 3] in het buitenland overgebracht
- deel te nemen en aanwezig te zijn bij een bespreking met medeverdachten, waarbij informatie is gegeven en verkregen over [naam moeder] en [naam ontvoerd meisje] en [naam oma] en
- op telefoons (die zijn gebruikt bij de ontvoering) de applicatie WhatsApp heeft geïnstalleerd en
- medeverdachte [medeverdachte 3] op 29 september 2016 in de ochtenduren naar Hilversum heeft gebracht en
- medeverdachte [naam 1] op 29 september (kort na de ontvoering van [naam ontvoerd meisje] ) heeft gebracht naar haar woning in [woonplaats] en
- medeverdachte [medeverdachte 3] op of omstreeks 29 september 2016 in Krefeld (Duitsland) heeft opgehaald.
- deel te nemen aan een overleg op Schiphol waarbij informatie en gegevens zijn uitgewisseld over [naam moeder] en [naam ontvoerd meisje] en [naam oma] en
- medeverdachte [medeverdachte 3] op 29 september 2016 (in de ochtenduren) naar Hilversum te brengen en,
- medeverdachte [medeverdachte 3] op of omstreeks 29 september 2016 (in de avonduren) in Krefeld (Duitsland) op te halen.
6.De strafbaarheid van de feiten
7.De strafbaarheid van verdachte
8.Strafoplegging
9.Ten aanzien van de benadeelde partijen en de schadevergoedingsmaatregel
10.Toepasselijke wettelijke voorschriften
11.Beslissing
[verdachte], daarvoor strafbaar.
12 (twaalf) maanden.
6 (zes) maanden, van deze gevangenisstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij later anders wordt gelast.