Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.[appellant] ,wonende te [woonplaats] ,
[appellante] ,wonende te [woonplaats] ,
5.Het tussenarrest en het verdere verloop van de procedure
6.De verdere beoordeling van het hoger beroep na verwijzing door de Hoge Raad
f. 167.387,76
met welke belastingaanslagen partijen genoegzaam bekend zijn.”
Art. 3:171, eerste volzin, BW bevat de regel dat, tenzij een regeling anders bepaalt, iedere deelgenoot bevoegd is tot het instellen van rechtsvorderingen en het indienen van verzoekschriften ter verkrijging van een rechterlijke uitspraak ten behoeve van de gemeenschap.
“De koopsom bedraagt (…) (€ 429.492,00), welke koopsom is voldaan door schuldoverneming van alle openstaande belastingaanslagen ten laste van de comparante sub 1 (…)”zo moet worden uitgelegd dat hij ook aanspraak kan maken op alle belastingrestituties ten name van [moeder] na haar overlijden, overweegt het hof het volgende.