Uitspraak
5.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/03/202420 / HA ZA 15-92)
6.Het geding in hoger beroep
- het tussenarrest van 19 september 2017
- de op 10 januari 2018 door [appellant] toegezonden producties 3 en 4;
- het pleidooi, waarbij partijen pleitnotities hebben overgelegd.
7.De beoordeling
hof: ingediend door [appellant] in verband met de cassatie tegen voornoemd arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden) geen cassatiemiddelen ingediend tegen het oordeel in rechtsoverweging 4.3. van het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden dat er sprake is van een bindende overeenkomst tussen partijen. Uitgangspunt is daarom in de onderhavige procedure dat in de als productie 8 bij inleidende dagvaarding overgelegde "overeenkomst drogen" van 13 september 2013 is vastgelegd wat tussen partijen geldt ten aanzien van het aanleveren en drogen van het botresidu.
een en ander vanaf het moment dat de geschorste erkenning wederom door de nVWA is geactiveerd en [geïntimeerde] (hof: [geïntimeerde] ) [appellant] hiervan op de hoogte heeft gesteld (...)"