Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/03/246498/KG ZA 18-82)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep met grieven en producties;
- het tegen [geïntimeerde] verleende verstek.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Partijen waren gehuwd en er was een beschikking voorlopige voorzieningen waarin partneralimentatie werd vastgesteld. Na ontbinding van het huwelijk door inschrijving van de echtscheidingsbeschikking in de registers van de burgerlijke stand wijzigde de alimentatieplicht. De man vorderde terugbetaling van teveel betaalde partneralimentatie op grond van een beschikking van 14 juli 2016. De kantonrechter wees deze vordering toe.
De vrouw stelde dat de terugbetalingsverplichting niet kon worden gebaseerd op de echtscheidingsbeschikking vóór inschrijving in de registers en dat de rechtbank de redelijkheid van terugbetaling niet had beoordeeld, wat volgens vaste rechtspraak wel vereist is. Het hof oordeelde dat het vonnis van de kantonrechter berust op juridische misslagen, omdat de voorlopige voorziening pas vervalt na inschrijving en de rechtbank de redelijkheidstoets niet had toegepast.
Het hof vernietigde het vonnis en verbood de man om executiemaatregelen te treffen tegen de vrouw, met dwangsommen bij overtreding. De proceskosten werden gecompenseerd. Het arrest benadrukt het belang van zorgvuldige toetsing bij terugvorderingen van alimentatie en het respecteren van de voorlopige voorzieningen tot inschrijving van de echtscheidingsbeschikking.
Uitkomst: Het hof vernietigt het vonnis dat terugbetaling toewijst en verbiedt executiemaatregelen tegen de alimentatiegerechtigde.