ECLI:NL:GHSHE:2018:2819
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen beëindiging ouderlijk gezag over minderjarige in instelling
In deze zaak is het ouderlijk gezag over een minderjarige, die sinds 2008 onder toezicht staat en sinds 2010 uit huis is geplaatst, door de rechtbank beëindigd. De ouders zijn tegen deze beslissing in hoger beroep gekomen en stellen dat zij wel degelijk in staat zijn de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding te dragen, mede omdat zij het verblijf van de minderjarige in een instelling accepteren en goed samenwerken met de begeleiders.
De raad voor de Kinderbescherming heeft het verzoek tot beëindiging van het gezag gehandhaafd, stellende dat de termijn voor terugkeer is verstreken en een gezagsbeëindiging noodzakelijk is. De gecertificeerde instelling bevestigt de medewerking van de ouders.
Het hof overweegt dat het gezag slechts kan worden beëindigd indien dit noodzakelijk en proportioneel is en dat er geen sprake is van misbruik van gezag. Gezien de goede relatie tussen ouders en minderjarige, de instemming met de plaatsing en de ondersteuning die de ouders ontvangen, acht het hof een gezagsbeëindiging te ver gaan. Het doel kan ook worden bereikt met minder ingrijpende maatregelen zoals ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing.
Daarom vernietigt het hof de beschikking van de rechtbank voor zover deze het gezag betreft en wijst het het verzoek van de raad af. De beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Het hof vernietigt de beëindiging van het ouderlijk gezag en wijst het verzoek tot beëindiging af.